- Arrest van 28 september 2012

28/09/2012 - C.12.0049.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomst de daarop van toepassing zijn rechtsregels; hij moet de juridische aard van de door partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent (1). (1) Zie de concl. van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0049.N

1. RENDERS MARIA bvba, met zetel te 2350 Vosselaar, Hoortverten 57,

2. RENDERS-WILMSEN bvba, met zetel te 2382 Ravels, Overbroek 23,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseressen woonplaats kie-zen,

tegen

WESTERDAL nv, met zetel te 8400 Oostende, Archimedesstraat 7,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 23 december 2011.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 28 juni 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, twee mid-delen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de par-tijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridi-sche omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aange-voerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwisting op-werpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij en-kel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent.

2. De partijen kunnen door een uitdrukkelijk procedureakkoord de rechter bin-den over een punt in rechte of in feite waartoe zij het debat willen beperken.

Een dergelijk akkoord staat echter niet eraan in de weg dat de rechter, met eerbie-diging van het recht van verdediging, de toepassing opwerpt van bepalingen van openbare orde, ook al zijn die strijdig met het procedureakkoord. Het staat de rechter echter niet toe op die gronden het voorwerp van het geschil zoals dit door de partijen werd afgelijnd, te wijzigen.

Wanneer de partijen het geschil beperken tot de uitvoering van de overeenkomst en de rechter de vordering tot nakoming van de overeenkomst afwijst op grond van de nietigheid ervan wegens de strijdigheid met de openbare orde, dan wijzigt hij niet het voorwerp van de vordering, maar past hij de bepalingen van openbare orde toe die de partijen hebben willen uitsluiten.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de betwisting tussen de partijen betrekking heeft over de beweerde wanpresta-tie van de verweerster met betrekking tot de levering van twee appartementen in een door de verweerster opgetrokken gebouw;

- de appelrechters in hun tussenarrest van 26 november 2010 ambtshalve de vraag hebben opgeworpen of de overeenkomsten niet aangetast zijn door nie-tigheid op grond van de Woningbouwwet en het debat hebben heropend om de partijen toe te laten hierover conclusies te nemen;

- de beide partijen daarop verklaarden dat geen van hen de nietigverklaring van de overeenkomsten nastreeft.

4. De appelrechters die in die omstandigheden zich niet ertoe beperken de nie-tigheid van de overeenkomsten vast te stellen en de vorderingen tot nakoming er-van af te wijzen, maar de overeenkomsten nietig verklaren, een gerechtsdeur-waarder gelasten met het ambtshalve gegeven bevel om het arrest van nietig ver-klaarde eigendomsoverdracht op het hypotheekkantoor over te schrijven in de rand van de eerder verrichte overschrijvingen van de erop betrekking hebbende authentieke verkoopakte, en de verweerster veroordelen tot terugbetaling van de door de eiseressen reeds betaalde prijs, miskennen het beginsel van de autonomie van de procespartijen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 28 september 2012 uitgesproken door afdelings-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols G. Jocqué K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Recht van verdediging

  • Taak van de rechter

  • Ambtshalve aanvullen van redenen