- Arrest van 8 oktober 2012

08/10/2012 - C.11.0674.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De wetgever, die krachtens artikel 1321, § 1, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 19 maart 2010, de rechter de verplichting oplegt om de aard en het bedrag van de middelen van elk van de ouder in acht te nemen op grond van artikel 203, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, heeft de partijen de mogelijkheid willen bieden om de berekeningswijze van de onderhoudsbijdrage te begrijpen.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0674.F

C. V. R.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

D. V. D. W.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 6 mei 2011 gewezen door het hof van beroep te Brussel.

De zaak is bij beschikking van 21 september 2012 door de eerste voorzitter ver-wezen naar de derde kamer.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift waarvan een eensluidend afschrift aan dit ar-rest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Volgens artikel 1321, § 1, 1°, Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij de wet van 19 maart 2010, vermeldt, behoudens akkoord van de partijen over het bedrag van de onderhoudsbijdrage in het belang van het kind, elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, Burgerlijk Wet-boek, de aard en het bedrag van de middelen van elk van de ouders door de rech-ter in acht genomen op grond van artikel 203, § 2, van dat wetboek.

Door die verplichting aan de rechten op te leggen heeft de wetgever de partijen de mogelijkheid willen bieden om de berekeningswijze van de onderhoudsbijdrage te begrijpen.

Luidens artikel 203, § 2, Burgerlijk Wetboek wordt met middelen onder andere bedoeld alle beroepsinkomsten, roerende en onroerende inkomsten van de ouders, alsook alle voordelen en andere middelen die hun levensstandaard en deze van de kinderen waarborgen.

Voor de vaststelling van de middelen van elk van de ouders houdt de rechter niet alleen rekening met de voordelen uit bijkomende inkomsten maar ook met de voordelen in natura die hun lasten verlagen.

Hieruit volgt dat de rechter verplicht is om, in zijn beslissing over de onderhouds-bijdrage, de aard en het bedrag te vermelden van de voordelen in natura die hij in acht neemt en die de lasten van elk van de ouders verlagen.

Het arrest dat bij de vaststelling van het bedrag van de onderhoudsbijdrage die de verweerder aan de eiseres voor de gemeenschappelijke kinderen verschuldigd is, beslist dat de verweerder "over een topklasse bedrijfsvoertuig, een tankkaart, een laptop, een gsm, [...], een groepsverzekering en een hospitalisatieverzekering be-schikt" en dat "die voordelen sommige dure lasten van het dagelijks leven dekken [die de verweerder] niet hoeft te dragen met wat hij maandelijks ter beschikking heeft", maar het bedrag niet vermeldt dat het in acht neemt voor die voordelen, schendt bijgevolg de artikelen 1321, § 1, 1°, Gerechtelijk Wetboek en 203, § 2, Burgerlijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de verweerder veroordeelt om van 1 september 2010 tot 31 december 2010 aan de eiseres de bedrag van 60 euro per maand en per kind als onderhoudsbijdrage te betalen, het voor recht zegt dat voor de andere periodes iedere partij bijdraagt tot het onderhoud van de kinderen gedurende de periode dat zij ze huisvest zonder dat in de betaling van een onderhoudsbijdrage moet worden voorzien, en het uitspraak doet over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 8 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bijdrage in het levensonderhoud en de opvoeding van de kinderen

  • Raming

  • Criterium

  • Inkomsten

  • Middelen van elk van de ouders

  • Voordelen in natura

  • Aard en bedrag

  • Indicatie

  • Bedoeling van de wetgever