- Arrest van 16 oktober 2012

16/10/2012 - P.12.0340.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De herstelvorderende overheid kan, ook voor het eerst in hoger beroep, ingevolge de gewijzigde toestand van de ruimtelijke ordening of in het licht van de aangevoerde bezwaren, de herstelvordering of de motieven ervan aanpassen of nader toelichten, voor zover dit uitsluitend geschiedt met het oog op een goede ruimtelijke ordening en het doen ophouden van de gevolgen van het stedenbouwmisdrijf; die aanpassing of toelichting kan per gewone brief kenbaar worden gemaakt en dergelijke brief is een stuk waarop het Hof vermag acht te slaan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0340.N

1. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met kantoor te 1120 Brussel, Koning Albert II-laan 20 bus 7,

eiser tot herstel,

2. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Antwerpen, met kantoor te 2018 Ant-werpen, Copernicuslaan 1 bus 9,

eiser tot herstel,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. D. Y. J. J. P.,

beklaagde,

2. M. D. G.,

beklaagde,

3. R. F. M.V.,

beklaagde,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 9 januari 2012, gewezen op verwijzing na arrest van het Hof van 28 maart 2006.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM, artikel 159 Grondwet, de artikelen 1317, 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek, artikel 149, § 1, en § 2, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 6.1.41, § 1, eerste lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het arrest oordeelt onterecht dat in zoverre de herstelvordering is gesteund op de oprichtingmisdrijven (verweerder 3), de motivering ervan gelet op de gewijzigde stedenbouwkundige situatie volle-dig achterhaald en onaangepast is en beslist dan ook niet wettig dat de herstelvor-dering niet gegrond is; het arrest laat na rekening te houden met de na 2 februari 2004 aan de nieuwe stedenbouwkundige situatie aangepaste motivering van de herstelvordering van de stedenbouwkundig inspecteur, zoals die blijkt uit het strafdossier en meer bepaald uit zijn schrijven van 4 augustus 2004 aan de procu-reur des Konings; aldus miskent het ook de bewijskracht van de stukken van het strafdossier.

2. Krachtens artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, thans artikel 6.1.41, § 1, eerste lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening beslist de rechter over de in die bepaling bedoelde herstelmaatregelen op vordering van de steden-bouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen op wier grondgebied de werken, handelingen of wijzigingen werden uitgevoerd.

Volgens artikel 149, § 2, Stedenbouwdecreet 1999, thans artikel 6.1.41, § 4, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt de herstelvordering ingeleid bij ge-wone brief, in naam van het Vlaamse Gewest of van het college van burgemeester en schepenen, door de stedenbouwkundige inspecteurs en de aangestelden van het college van burgemeester en schepenen.

3. De herstelvorderende overheid kan, ook voor het eerst in hoger beroep, in-gevolge de gewijzigde toestand van de ruimtelijke ordening of in het licht van de aangevoerde bezwaren, de herstelvordering of de motieven ervan aanpassen of nader toelichten, voor zover dit uitsluitend geschiedt met het oog op een goede ruimtelijke ordening en het doen ophouden van de gevolgen van het stedenbouw-misdrijf. Die aanpassing of toelichting kan per gewone brief kenbaar worden ge-maakt. Dergelijke brief is een stuk waarop het Hof vermag acht te slaan.

4. De rechter is bij de beoordeling van de wettigheid van de herstelvordering overeenkomstig artikel 159 Grondwet en in het licht van artikel 1 Eerste Aanvul-lend Protocol EVRM, verplicht op grond van de gegevens van het strafdossier te onderzoeken of de herstelvorderende overheid de herstelvordering of de motieven ervan heeft aangepast of toegelicht in functie van de gewijzigde toestand van de ruimtelijke ordening of de tegen de herstelvordering aangevoerde bezwaren en met de aanpassingen of toelichtingen rekening te houden.

5. Het arrest stelt met betrekking tot de herstelvordering in zoverre gesteund op de aan de verweerder 3 verweten oprichtingsmisdrijven, vast dat:

- de percelen 1 en 2 volgens het oorspronkelijke gewestplan Turnhout (koninklijk besluit van 30 september 1977) gelegen waren in een gebied voor verblijfs-recreatie (p. 5);

- ingevolge de wijziging van dit gewestplan bij besluit van de Vlaamse regering van 29 oktober 1999 de percelen gelegen zijn in een woongebied met een re-creatief karakter (p. 5);

- bij besluit van 31 maart 2004 het Bijzonder Plan van Aanleg (BPA) Recreatief Woongebied van de gemeente Brecht werd goedgekeurd en dat krachtens dit BPA de percelen gelegen zijn in een zone met als hoofdbestemming hoofdver-blijf van een gezin of weekendverblijf of tweede verblijf en met als steden-bouwkundige voorschriften een maximale oppervlakte voor de woning van 80 vierkante meter, een maximale kroonlijst van 3,5 meter, een maximale nok-hoogte van 7 meter en een maximale oppervlakte van de al dan niet aange-bouwde bijgebouwen van 20 vierkante meter (p. 9);

- de aan de procureur des Konings op 31 juli 1996 toegestuurde oorspronkelijke herstelvordering werd herzien op 29 september 1998 en opnieuw op 2 februari 2004 en dat die wat betreft de kavel 1 strekte tot betaling van een meerwaarde van 78.240,88 euro en wat betreft de kavel 2 tot het herstel in de vorige staat door sloping van de garage/berging onder verbeurte van een dwangsom van 50 euro per dag vertraging (p. 8-9);

- na de wijziging van 2 februari 2004 aan de oorspronkelijke motivering van de herstelvordering niets meer werd toegevoegd (p. 9).

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt evenwel dat op 17 maart 2005 een aan de procureur des Konings gericht schrijven van 4 augustus 2004 van de plaatsvervangend stedenbouwkundig inspecteur bevoegd voor het Vlaams Gewest aan het dossier werd toegevoegd, waarin onder meer de handha-ving van de herstelvordering voor beide kavels wordt verantwoord.

7. Het arrest kon dan ook niet wettig oordelen dat, gelet op de gewijzigde ste-denbouwkundige situatie door enerzijds de wijziging van recreatiegebied naar woongebied met recreatief karakter en anderzijds het BPA Recreatief Woonge-bied, de voor de herstelvordering gegeven motivering volledig achterhaald en on-aangepast is en geen drager kan zijn van deze herstelvordering.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de herstelvordering, in de mate dat die is gesteund op de aan de verweerder 3 verweten oprichtingmisdrijven, met be-trekking tot de kavel 1 en 2 niet gegrond verklaart.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt het Vlaams Gewest tot twee derden van de kosten.

Veroordeelt de verweerder 3 tot het overige derde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Bepaalt de kosten op 597,73 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 16 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bij-stand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Herstelvordering

  • Herstelvorderende overheid

  • Rechtspleging in hoger beroep

  • Gewijzigde toestand of nieuw aangevoerde bezwaren

  • Aanpassing of toelichting van de herstelvordering

  • Vorm