- Arrest van 19 oktober 2012

19/10/2012 - F.11.0087.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De omstandigheid dat ten aanzien van een belastingplichtige in het verleden toepassing is gemaakt van forfaitaire grondslagen van aanslag waarin de afschrijvingen geacht worden forfaitair verrekend te zijn, heeft niet tot gevolg dat de stopzettingsmeerwaarden welke die belastingplichtige heeft gerealiseerd op vaste activa die voorheen voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid werden gebruikt, niet belastbaar zijn (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.


Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0087.N

1. G. B.,

2. I. E.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

1. ADMINISTRATIE DER DIRECTE BELASTINGEN, voor wie optreedt de gewestelijk directeur te Hasselt, met kantoor te 3500 Hasselt, Voorstraat 43,

2. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 11 januari 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 23 april 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Volgens artikel 28, eerste lid, 1°, WIB92 zijn winsten en baten van een vorige beroepswerkzaamheid die de verkrijger of de persoon van wie hij de rechtsverkrij-gende is voorheen heeft uitgeoefend: inkomsten die worden verkregen of vastge-steld uit hoofde of naar aanleiding van de volledige en definitieve stopzetting van de onderneming of van de uitoefening van een vrij beroep, ambt, post of winstge-vende bezigheid en voortkomen uit meerwaarden op activa die voor de beroeps-werkzaamheden zijn gebruikt.

Volgens artikel 28, tweede lid, WIB92 is dit artikel eveneens van toepassing wan-neer één of meer bedrijfsafdelingen of takken van werkzaamheid gedurende het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid volledig en definitief worden stopgezet.

Artikel 41, 2°, WIB92 bepaalt dat voor de toepassing van artikel 28 worden geacht voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid te worden gebruikt: de vaste acti-va of gedeelten ervan waarvoor fiscale afschrijvingen of waardeverminderingen zijn aangenomen.

Volgens artikel 43 WIB92 is de verwezenlijkte meerwaarde gelijk aan het positieve verschil tussen eensdeels de ontvangen vergoeding of de verkoopwaarde bij de ver-vreemding van het goed en anderdeels de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen en afschrijvingen.

2. De omstandigheid dat ten aanzien van een belastingplichtige in het verleden overeenkomstig artikel 342, § 1, WIB92 toepassing is gemaakt van forfaitaire grondslagen van aanslag waarin de afschrijvingen geacht worden forfaitair verre-kend te zijn, heeft niet tot gevolg dat de stopzettingsmeerwaarden als bedoeld in ar-tikel 28, eerste lid, 1°, en tweede lid, WIB92, welke die belastingplichtige heeft ge-realiseerd op vaste activa die voorheen voor het uitoefenen van de beroepswerk-zaamheid werden gebruikt, niet belastbaar zijn.

3. Het middel dat ervan uitgaat dat de toepassing van forfaitaire grondslagen van aanslag naderhand elke belasting van verwezenlijkte stopzettingsmeerwaarden op bedrijfsgoederen uitsluit, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 386,04 euro en voor de verweerders op 110,87 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samenge-steld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs De-coninck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 19 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Di-rix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche F. Van Volsem G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Forfaitaire grondslagen van aanslag

  • Stopzettingsmeerwaarden

  • Belastbaarheid