- Arrest van 25 oktober 2012

25/10/2012 - C.11.0610.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter een beheerder opdraagt de nalatenschap te vereffenen in plaats van de begunstigde erfgenaam, heeft hij alleen de macht om in naam van de nalatenschap in rechte op te treden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0610.F

1. A. T.,

2. C. H.

mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

M. H.,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen van 7 februari 2011.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Krachtens artikel 804, eerste lid, Burgerlijk Wetboek kan iedere belanghebbende, ingeval de belangen van de schuldeisers der nalatenschap of van de legatarissen in het gedrang kunnen komen wegens nalatigheid van de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam of wegens diens vermogenstoestand, vorderen dat deze wordt vervangen door een beheerder die de nalatenschap moet vereffenen.

Volgens artikel 809, tweede lid, van dat wetboek heeft de beheerder, die benoemd is ingevolge artikel 804, dezelfde macht als die waarover de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam zelf beschikte.

Uit die bepalingen volgt dat wanneer de rechter een beheerder opdraagt de nalatenschap te vereffenen in plaats van de begunstigde erfgenaam, hij alleen de macht heeft om in naam van de nalatenschap in rechte op te treden.

Het bestreden arrest stelt vast dat "[de verweerster] verklaard heeft de nalatenschap van J. L. te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving" en dat "de rechter in kort geding, op verzoek van de naamloze vennootschap Fortis Bank, meester E.H. heeft aangesteld als gerechtelijk beheerder van [die] nalatenschap met de opdracht de nalatenschap te beheren en te vereffenen overeenkomstig de artikelen 803 en volgende van het Burgerlijk Wetboek".

Dat arrest stelt voorts vast dat de verweerster, die door de naamloze vennootschap Fortis Bank gedagvaard werd om het geding te hervatten, gevorderd heeft "dat [de eisers] veroordeeld zouden worden om de nalatenschap van J.L. te vrijwaren tegen elke veroordeling die tegen [die nalatenschap] zou worden uitgesproken in hoofdsom, interest en kosten" en dat de eisers van hun kant de ontvankelijkheid van die vordering betwist hebben.

Het bestreden arrest overweegt dat, hoewel, "de ingevolge de artikelen 803bis en 804 van het Burgerlijk Wetboek benoemde beheerder, met toepassing van artikel 809, dezelfde macht heeft als die waarover de onder voorrecht aanvaardende erfgenaam zelf beschikte", "[hem] echter [niet] het recht is toegekend de erfgenaam in rechte te vertegenwoordigen, zodanig dat [de verweerster] rechtsgeldig werd gedagvaard tot hervatting van het geding".

Het arrest dat op die grond beslist "indien nodig te bevestig[en] dat [de eisers] de nalatenschap van J.L. moeten vrijwaren ten aanzien van de naamloze vennootschap Fortis Bank" en hen "bijgevolg, veroordeelt in de kosten van het appelgeding ten bedrage van 30.186 euro die door de verweerster zijn betaald", schendt de artikelen 804 en 809 van het Burgerlijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

De overige grieven

Het tweede middel dient niet nader onderzocht te worden. Het kan immers niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vordering van de verweerster tegen de eisers en het de eisers veroordeelt in de kosten van het appelgeding ten bedrage van 30.186 euro die door de verweerster zijn betaald.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 25 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Vereffening van een nalatenschap

  • Begunstigde erfgenaam

  • Aanstelling van een gerechtelijk beheerder

  • Omvang van diens bevoegdheid