- Arrest van 30 oktober 2012

30/10/2012 - P.12.1602.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafuitvoeringsrechtbank beoordeelt in feite, mitsdien onaantastbaar, het gedeelte van de vrijheidsstraf dat de veroordeelde nog moet ondergaan rekening houdend met de periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspanning die de veroordeelde heeft geleverd om de voorwaarden te respecteren die hem waren opgelegd (1). (1) Zie Cass. 13 mei 2008, AR P.08.0608.N, AC 2008, nr. 290.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1602.N

P V D B,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf,

eiser,

met als raadsman mr. Frédéric Thiebaut, advocaat bij de balie te Mechelen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen van 17 september 2012.

De eiser voert in een memorie die aan die arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319 en 1320 Burgerlijk Wetboek: het vonnis oordeelt dat de eiser meer dan drie weken zonder toestem-ming van de justitieassistent of de rechtbank in Marokko heeft verbleven; daar-door miskent het de bewijskracht van het verslag van de justitieassistent van 1 au-gustus 2012.

2. Met de in het middel weergegeven redenen geeft het vonnis geen uitlegging aan het verslag van de justitieassistent van 1 augustus 2012 en kan het dus de be-wijskracht ervan niet miskennen.

Het middel mist bijgevolg feitelijke grondslag.

Tweede middel

3. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het vermoeden van onschuld: het vonnis oordeelt dat het uiteindelijk is komen vast te staan dat de eiser toch een rijverbod heeft gene-geerd, ook al beschikte hij verkeerdelijk over een duplicaat rijbewijs; er is evenwel nog geen definitieve strafrechtelijke veroordeling die zich over deze telastlegging heeft uitgesproken.

4. Het middel vereist een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is, en is bijgevolg niet ontvankelijk.

Derde middel

5. Het middel voert schending van artikel 149 Grondwet en artikel 68, § 5, Wet Strafuitvoering: het vonnis concretiseert niet welke elementen het in acht neemt om vast te stellen dat de proeftijd goed verlopen is gedurende 161 dagen; het licht niet toe vanaf wanneer de proeftijd niet goed is verlopen en op welke wijze het rekening houdt met de inspanningen die de eiser deed om de voorwaar-den te respecteren; het is de eiser een raadsel hoe de strafuitvoeringsrechtbank komt aan deze termijn; het vonnis is bijgevolg niet met redenen omkleed, zoals vereist door artikel 149 Grondwet.

6. De strafuitvoeringsrechtbank beoordeelt in feite, mitsdien onaantastbaar, het gedeelte van de vrijheidsstraf dat de veroordeelde nog moet ondergaan rekening houdend met de periode van de proeftijd die goed is verlopen en met de inspan-ning die de veroordeelde heeft geleverd om de voorwaarden te respecteren die hem waren opgelegd.

7. Het middel dat een motiveringsgebrek aanvoert, komt in werkelijkheid op tegen deze onaantastbare beoordeling door de strafuitvoeringsrechtbank en is bij-gevolg niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 6,11 euro.

F. Adriaensen

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem

L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 30 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling

  • Gedeelte van de vrijheidsstraf dat nog moet worden aangegaan

  • Beoordeling door de strafuitvoeringsrechtbank