- Arrest van 31 oktober 2012

31/10/2012 - P.12.0934.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer één en dezelfde in het ongelijk gestelde partij een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is aan verschillende partijen, moet de rechter het hoogste bedrag bepalen dat elke schuldeiser naar recht kan eisen, het hoogste bedrag uit de aldus opgemaakte lijst met twee vermenigvuldigen en vervolgens het product van die vermenigvuldiging tussen de schuldeisers verdelen; het bedrag dat, vóór verdeling, met twee moet worden vermenigvuldigd, is niet het basisbedrag van de vergoeding maar wel degelijk het maximumbedrag (1). (1) Zie Cass. 9 nov. 2011, AR P.11.0886.F, AC 2011, nr. 606, met concl. adv.-gen. Vandermeersch, JT 2011, p. 797.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0934.F

D. D.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. J.-P. B., e.a.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 23 april 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het arrest veroordeelt de eiser, de enige in het ongelijk gestelde partij, om ieder van de acht verweerders een rechtsplegingsvergoeding te betalen gelijk aan het basisbedrag dat voor niet in geld waardeerbare zaken is bepaald, met name 1.200 euro voor de rechtspleging voor de raadkamer en 1.320 euro voor de rechtspleging voor de kamer van inbeschuldigingstelling, rekening houdend met de koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Het middel voert aan dat die beslissing, door de vergoeding met het aantal schuldeisers te vermenigvuldigen, artikel 1022, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek schendt.

Krachtens de aangevoerde wetsbepaling moet de rechter, wanneer één en dezelfde in het ongelijk gestelde partij een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd is aan verschillende partijen, het hoogste bedrag bepalen dat elke schuldeiser naar recht kan eisen, moet hij het hoogste bedrag uit de aldus opgemaakte lijst met twee vermenigvuldigen en vervolgens het product van die vermenigvuldiging tussen de schuldeisers verdelen.

De eiser leidt daaruit af dat hij in eerste aanleg slechts kon worden veroordeeld tot één enkele vergoeding van 2.400 euro, die onder de acht verweerders dient te worden verdeeld, en, in hoger beroep, tot één enkele vergoeding van 2.640 euro, die op dezelfde wijze diende te worden verdeeld.

Het middel verliest uit het oog dat het bedrag dat met twee moet worden verme-nigvuldigd alvorens te worden verdeeld, niet het basisbedrag van de vergoeding is maar wel degelijk het maximumbedrag.

Welnu, artikel 3 Tarief Rechtsplegingsvergoeding bepaalt dat voor de geschillen die, zoals te dezen, betrekking hebben op niet in geld waardeerbare zaken, het maximumbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 10.000 euro bedraagt.

Daaruit volgt dat de eiser, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, ten aanzien van de verweerders niet kon worden veroordeeld tot het betalen van rechtsple-gingsvergoedingen die samengeteld en niet-geïndexeerd 20.000 euro zouden heb-ben overschreden.

Aangezien het totaalbedrag van de per aanleg toegekende geldsommen telkens la-ger ligt dan dit maximumbedrag, verantwoordt de kamer van inbeschuldiging-stelling haar beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 31 oktober 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Rechtsplegingsvergoeding

  • Rechtsplegingsvergoeding verschuldigd aan verschillende partijen

  • Berekening en verdeling van de rechtsplegingsvergoeding

  • Vermenigvuldiging met twee