- Arrest van 14 november 2012

14/11/2012 - P.12.1052.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslagleggende magistraat moet de concrete gegevens van de zaak vermelden op grond waarvan een bedrag kon worden geraamd dat met een vermogensvoordeel overeenstemt; aangezien het gerechtelijk onderzoek niet noodzakelijk is voltooid wanneer de onderzoeksmagistraat bewarend beslag legt op een goed, kan de wettigheid daarvan niet afhankelijk worden gesteld van het mathematisch bewijs van het bedrag van de illegale activa, van de gedetailleerde uiteenzetting van de gebruikte berekeningsmethoden, van de afzonderlijke aanwijzing van de vermogensvoordelen van al degenen die van deelneming aan eenzelfde misdadige activiteit worden verdacht, of van de afbakening, per misdrijf, van de winsten ervan (1). (1) Zie Cass. 11 jan. 2012, AR P.11.1411.F, AC 2012, nr. 25; JT, 2012, p. 267; Cass. 20 maart 2012, AR P.11.1952.N, AC 2012, nr. 184.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1052.F

E. G.,

Mrs. Laurent Kennes en Fanny Vansiliette, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 mei 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing waarbij uit-spraak wordt gedaan over de regelmatigheid van het beslag

De eiser heeft voor de kamer van inbeschuldigingstelling, en thans voor het Hof, aangevoerd dat de vordering tot onroerend beslag niet in concreto de gegevens van het dossier vermeldt waarop de raming van de vermoedelijke opbrengst van het misdrijf is gesteund. Hij verwijt het arrest dat het de exceptie van nietigheid van het beslag bij equivalent dat hij daaruit had afgeleid, afwijst.

Zoals de appelrechters erop wijzen, houdt de bij de artikelen 35bis, 35ter en 89 Wetboek van Strafvordering vereiste motivering met name in dat de beslagleg-gende magistraat de concrete gegevens van de zaak vermeldt op grond waarvan een bedrag kon worden geraamd dat met een vermogensvoordeel overeenstemt.

Aangezien het gerechtelijk onderzoek niet noodzakelijk is voltooid wanneer de onderzoeksmagistraat bewarend beslag legt op een goed, kan de wettigheid daar-van niet afhankelijk worden gesteld van het mathematisch bewijs van het bedrag van de illegale activa, van de gedetailleerde uiteenzetting van de gebruikte bere-keningsmethoden, van de afzonderlijke aanwijzing van de vermogensvoordelen van al degenen die van deelneming aan eenzelfde misdadige activiteit worden verdacht, of van de afbakening, per misdrijf, van de winsten ervan.

Het arrest verklaart de beschikking van de onderzoeksrechter nietig waarbij het verzoek tot opheffing van het beslag op een onroerend goed van de eiser wordt afgewezen. Het neemt bij wege van nieuwe beschikking dezelfde beslissing en verklaart het beslag regelmatig om de volgende redenen :

- de eiser is in verdenking gesteld, als dader of mededader, van witwassen en deelneming aan een criminele organisatie ;

- hij wordt ervan verdacht dat hij Luxemburgse vennootschappen heeft beheerd of bestuurd, waarvan de activiteit erin bestond om aan een groot aantal klanten de middelen te verschaffen om met valse leasingovereenkomsten wagens aan te kopen die zij zich anders niet hadden kunnen veroorloven alsook aan de ver-meende huurders onrechtmatige fiscale voordelen te bieden op met name de registratie van die voertuigen ;

- de vordering tot onroerend beslag waarin die activiteit wordt beschreven, steunt op aanwijzingen van schuld die zijn afgeleid uit de tegenstrijdigheden die door de speurders zijn ontdekt in de verschillende in beslag genomen boek-houdingen ;

- de voormelde vordering verduidelijkt de verhouding tussen het door de speur-ders geverifieerde aantal klanten en het totale aantal contracten dat één van de vennootschappen van de eiser sedert de aanvang van haar activiteit heeft afge-sloten, alsook de respectieve verhouding tussen het aantal verhuurovereenkom-sten en het aantal overeenkomsten dat als rechtstreekse verkoop of als verkoop met gespreide betaling staat omschreven ;

- nadat de litigieuze vordering herinnerd heeft aan de verklaringen van één van de verdachten, preciseert ze de minimale en maximale schattingen van de activa die de verschillende inverdenkinggestelden dankzij die activiteit onrechtmatig hebben verkregen.

Uit die vaststellingen hebben de appelrechters kunnen afleiden dat de vordering van de onderzoeksrechter tot aanstelling van een gerechtsdeurwaarder om het be-twiste beslag te betekenen, in concreto met redenen was omkleed, zoals bij wet is bepaald.

Het middel kan niet worden aangenomen.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 14 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Uit het misdrijf verkregen vermogensvoordeel

  • Bewarend beslag

  • Vordering

  • Motivering