- Arrest van 21 november 2012

21/11/2012 - P.12.1557.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De wet meet de zwaarwichtigheid van de gewelddaden, zowel fysieke als morele, die de verschoningsgrond opleveren, niet uitsluitend af aan de hevigheid van de reactie die zij hebben veroorzaakt, maar ook aan de materiële intensiteit in verhouding tot de ernst van het uitgelokte misdrijf.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1557.F

F. E.,

Mrs. Karl Steinier en Stéphanie Roels, advocaten bij de balie te Namen,

tegen

M. T.,

Mrs. Thierry Moreau en Marko Obradovic, advocaten bij de balie te Nijvel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen drie arresten met de nummers 1, 2 en 3 van de griffie, die op 13 en 14 juni 2012 zijn gewezen door het hof van assisen van de provincie Waals Brabant.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen het arrest met nummer 2 dat op 14 juni 2012 is gewezen

Krachtens artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering, kan de burgerlijke partij alleen cassatieberoep instellen tegen de beschikkingen betreffende haar bur-gerlijke belangen.

Het bestreden arrest doet alleen uitspraak over de straffen die aan de verweerder zijn opgelegd. Het veroordeelt de eiseres niet tot de kosten van de strafvordering.

Het cassatieberoep dat is ingesteld door een partij die daarvoor geen hoedanigheid heeft, is niet ontvankelijk.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de arresten met de nummers 1 en 2 die op 13 en 14 juni 2012 zijn gewezen

Het middel voert schending aan van artikel 411 Strafwetboek. Het hof van assisen wordt verweten dat het voor de verweerder de verschoningsgrond uitlokking heeft aangenomen op grond van feiten die dat niet rechtvaardigen. Volgens de eiseres hebben de gezworenen alleen verwezen naar de persoonlijkheid van de uitgelokte ambtenaar en hebben zij de in de voormelde wetsbepaling vastgelegde evenredigheid tussen de ernst van de uitgelokte misdaad en het door de misdaad veroorzaakte zware geweld miskend.

De bij artikel 411 Strafwetboek vereiste gewelddaden zijn gewelddaden die op zich reeds de vrije wil van een normaal en redelijk persoon kunnen verminderen en niet die welke alleen die uitwerking hebben gehad door de bijzondere gevoe-ligheid van de uitgelokte dader.

De wet meet de zwaarwichtigheid van de gewelddaden die de verschoningsgrond opleveren, ook al is dat geweld fysiek dan wel moreel, niet uitsluitend af aan de intensiteit van de reactie die zij hebben veroorzaakt maar ook aan de feitelijke in-tensiteit in verhouding tot de ernst van het uitgelokte misdrijf.

De rechter beoordeelt in feite of de gewelddaden voldoende zwaarwichtig zijn maar het staat aan het Hof om na te gaan of hij uit zijn onaantastbare vaststellin-gen naar recht de verschoningsgrond heeft kunnen afleiden.

Om de aanneming van de verschoningsgrond met redenen te omkleden, wijst het arrest van 13 juni 2012 onder meer erop dat het slachtoffer, na de verweerder te hebben bedreigd, hem heeft vastgegrepen, hem met geweld uit het voertuig heeft gesleurd waarin hij had plaatsgenomen, waarbij hij diens kledij heeft verscheurd, en aldus heeft aangegeven dat hij met hem op de vuist wilde gaan.

Bijgevolg kan niet worden aangevoerd dat het hof van assisen en de jury uitslui-tend hebben verwezen naar de intensiteit van de reactie die het gedrag van het slachtoffer door zijn eigen persoonlijkheid bij de dader van de doodslag heeft te-weeggebracht.

Het arrest wijst er bovendien op dat het slachtoffer zich ten aanzien van de be-schuldigde reeds gewelddadig had gedragen tijdens een twist die zich twee dagen vóór de feiten had voorgedaan, en dat de dader, die brutaal uit het voertuig was gegooid waarin hij had plaatsgenomen, op het ogenblik dat hij de dodelijke slagen toebracht eventueel gedreven was door een gevoel van vrees voor zijn tegenstan-der wegens diens grotere gestalte en diens reputatie van vechtersbaas.

De rechters hebben de vechtpartij, in de door het arrest omschreven omstandighe-den, kunnen aanmerken als een wezenlijk bestanddeel van een gewelddaad die voldoende zwaar was in verhouding tot de doodslag die zij onmiddellijk heeft uit-gelokt, zodat daaraan de draagwijdte van een verzachtende verschoningsgrond in de zin van de artikelen 411 en 414 Strafwetboek kan worden toegekend.

Nadat het hof van assisen beslist heeft dat de wil van de dader van de doodslag was gewijzigd door een feit dat voldoende ernstig was om een dergelijk gevolg te hebben, heeft het ook, zonder in de in het middel aangeklaagde tegenstrijdigheid te vervallen, aan die fout van het slachtoffer slechts tien percent van de gedeelde verantwoordelijkheid tussen de overledene en zijn moordenaar kunnen toeschrij-ven.

De arresten zijn bijgevolg regelmatig met redenen omkleed en naar recht verant-woord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 21 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Ko-synsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Uitlokking

  • Zware gewelddaden tegen personen