- Arrest van 22 november 2012

22/11/2012 - C.11.0443.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In een overeenkomst van verhuur van een landbouwmachine kan op grond van het algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt, aan de huurder geen interest worden toegekend op de huurwaarborg die door de verhuurder bewaard wordt, niettegenstaande een beding van de overeenkomst dat bepaalt dat die waarborg geen interest opbrengt, alleen op grond dat een ander beding bepaalt dat de huurder verwijlinterest op de huur verschuldigd is (1). (1) Zie andersl. concl. O.M. in Pas. 2012, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0443.F

SCANTRAX nv,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. F. R.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. M. N.,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 7 september 2010.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 24 oktober 2012 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht en procureur Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert drie middelen aan.

(...)

Tweede middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet ;

- de artikelen 6, 1108, 1131 tot 1135, 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek ;

- algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt.

Aangevochten beslissingen

Het arrest stelt vast dat de eiseres, verhuurster, en de verweerder, huurder, "een overeenkomst van bepaalde duur hadden gesloten met betrekking tot de huur van een tweedehandse landbouwmachine". Op, met name, de vordering van de eiseres (bovenop de betaling, in hoofdsom, van de achterstallige huur en, subsidiair, van een vergoeding voor het gebruik van het materiaal dat niet was teruggegeven na het verstrijken van de overeenkomst, berekend op grond van de maandelijkse huur) die ertoe strekt de verweerders (de verweerster had zich borg gesteld voor de verplichtingen van de verweerder) te doen veroordelen tot het betalen van interest op de bedragen die niet of laattijdig zijn betaald, tegen de overeengekomen rentevoet van 1,5 pct. per maand, verwerpt het arrest die vordering op de volgende gronden:

"De eiseres vordert verwijlinterest tegen een rentevoet van 1,5 pct. per maand - artikel 2.3 van de algemene voorwaarden - voor bepaalde huurgelden die na de overeengekomen termijn zijn betaald.

Ze houdt evenwel geen rekening met de opbrengst van de kraan die zij op 10 oktober 1994 voor 91.500 frank heeft gekocht van (de verweerder) en die zij in bewaring heeft gehouden als waarborg voor de nakoming, door de huurder, van zijn verplichtingen ; de interest die dat bedrag heeft opgebracht, waarvan daar-enboven kan worden aangenomen dat ze gekapitaliseerd werd en vervolgens interest heeft opgebracht, compenseert de interest die verschuldigd was voor de achterstallige huur, temeer daar de hoofdsommen allang zijn betaald.

De contractuele bepaling volgens welke de waarborg geen interest opbrengt, wordt nietig verklaard omdat ze in strijd is met de openbare orde. De verplichtingen van beide partijen moeten wederkerig zijn en de schuldeiser maakt misbruik van zijn recht wanneer hij een verwijlinterest van 1,5 pct. per maand eist maar zelf geen interest op de huurwaarborg betaalt.

De (eiseres) blijft de waarborg verschuldigd en dat is het bedrag dat (de verweerder) mag vorderen, niet de kraan die hij verkocht heeft overeenkomstig de bepalingen van de huurovereenkomst en volgens de factuur die hij heeft overge-legd".

Grieven

De overeenkomst strekt de partijen tot wet.

Wanneer de overeenkomst bepaalt dat interest betaald moet worden op de bedragen die de ene partij aan de andere verschuldigd is, kan de partij aan wie die interest verschuldigd is de andere partij, ter uitvoering van de overeenkomst, doen veroordelen tot de betaling van die interest.

De omstandigheid dat de partij die de interest verschuldigd is, als waarborg voor de uitvoering van haar verplichtingen aan de andere partij een waarborg heeft gegeven en dat die waarborg, van geldelijke aard (of, indien die waarborg bestaat in een goed, na de verkoop van dat goed, de verkoopprijs die verbonden blijft aan de waarborg), interest heeft opgebracht, zonder dat overeengekomen werd dat die interest geristorneerd of betaald zou worden aan de partij die de waarborg heeft gesteld, doet niet af van die regel: geen enkele wettelijke bepaling verplicht de partijen immers overeen te komen dat de partij die de waarborg heeft ontvangen, de interest op het bedrag van die waarborg zal moeten betalen aan de partij die de voormelde waarborg heeft gesteld.

Daarenboven volgt uit geen enkele wettelijke bepaling dat "de verbintenissen van elke partij wederkerig moeten zijn".

De overeenkomst die niet bepaalt dat de partij die de waarborg heeft ontvangen, interest moet betalen aan de partij die ze heeft gesteld, kan als dusdanig geen misbruik van recht opleveren.

Het arrest dat met de bekritiseerde redenen de vordering van de eiseres verwerpt die ertoe strekte de verweerders te doen veroordelen tot betaling van interest, overeenkomstig "artikel 2.3 van de algemene voorwaarden", waaruit kan worden afgeleid dat die interest contractueel is overeengekomen, miskent bijgevolg de verbindende kracht van de overeenkomst (schending van de artikelen 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek).

Het arrest dat beslist dat "de contractuele bepaling volgens welke de waarborg geen intrest opbrengt, nietig wordt verklaard omdat ze strijdig is met de openbare orde", miskent daarenboven het begrip openbare orde (schending van artikel 6 van het Burgerlijk Wetboek). Het miskent ook het begrip ‘oorzaak van een contractuele verbintenis' wanneer het beslist dat "de verbintenissen van elke partij wederkerig moeten zijn", daar de wettelijke bepalingen betreffende de oorzaak geen wederkerigheid of, op zijn minst, geen volledige wederkerigheid tussen de aan elke partij opgelegde contractuele verbintenissen vereisen en, inzonderheid, niet vereisen dat de verschuldigdheid van verwijlinterest op de door een partij te betalen bedragen, noodzakelijkerwijze en op straffe van nietigheid van die verplichting om de interest te betalen, moet worden gecompenseerd door de verschuldigdheid van interest op de geldelijke waarborg door de partij die de waarborg heeft ontvangen (schending van de artikelen 1108 en 1131 tot 1133 van het Burgerlijk Wetboek). Het arrest miskent ten slotte het begrip rechtsmisbruik door te beslissen dat de schuldeiser misbruik maakt van zijn recht door "een verwijlinterest van 1,5 pct. per maand te eisen maar zelf geen interest verschuldigd te zijn op de huurwaarborg" (schending van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek en miskenning van het vermelde rechtsbeginsel).

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het arrest stelt vast dat de eiseres en de verweerder een overeenkomst hadden ge-sloten met betrekking tot de huur van een landbouwmachine voor een termijn van vijf jaar, dat artikel 8.2 van de algemene voorwaarden van de huurovereenkomst bepaalde onder welke voorwaarden de koopoptie gelicht kon worden bij het ein-digen van de overeenkomst, dat artikel 8.3 bepaalde onder welke voorwaarden de huurder de huur kon verlengen en artikel 8.4 bepaalde dat, indien één van de voornoemde opties niet werd gelicht en het materiaal niet aan de verhuurder werd teruggegeven, de huurovereenkomst hernieuwd zou worden onder de bijzondere voorwaarden van de overeenkomst, en dat de verweerder, na het eindigen van de overeenkomst, het gehuurde materiaal heeft behouden zonder de koopoptie te lichten.

(...)

Tweede middel

Het arrest verwerpt de vordering van de eiseres tot betaling van verwijlinterest op de huurgelden die tijdens de oorspronkelijke termijn van vijf jaar zijn vervallen, op grond dat "de conventionele bepaling volgens welke de waarborg geen interest opbrengt nietig wordt verklaard omdat ze strijdig is met de openbare orde, dat de verbintenissen van elke partij wederkerig moeten zijn en dat de schuldeiser mis-bruik van zijn recht door een verwijlinterest van 1,5 pct. te eisen en zelf geen inte-rest verschuldigd te zijn op de waarborg", en beslist dat de interest die op de huurgelden verschuldigd is, gecompenseerd wordt door de interest die door de huurwaarborg is opgebracht.

Geen enkele wettelijke bepaling van openbare orde bepaalt dat de wederkerige verplichtingen van de partijen bij een overeenkomst voor de huur van een machine in die mate gelijkwaardig moeten zijn dat, wanneer een beding van de over-eenkomst bepaalt dat de huurder verwijlinterest verschuldigd is op de huur, ener-zijds het beding volgens hetwelk de door de huurder gestelde huurwaarborg geen interest opbrengt nietig is en anderzijds de verhuurder aan de huurder interest op die huurwaarborg moet betalen.

Het algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt, verantwoordt niet dat aan de huurder interest op de door de verhuurder bewaarde huurwaarborg toege-kend wordt, ondanks een beding van de overeenkomst dat bepaalt dat die waar-borg geen interest opbrengt, alleen op grond dat een ander beding de huurder ver-plicht verwijlinterest op de huur te betalen.

Het arrest dat de vordering tot betaling van verwijlinterest om de voormelde rede-nen verwerpt, miskent het algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt en schendt de artikelen 6, 1134 en 1135 van het Burgerlijk Wetboek.

Het middel is in zoverre gegrond.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de vordering verwerpt die de eiseres tegen de verweerders heeft ingesteld en die strekt tot betaling, enerzijds, van ver-wijlinterest op de huurgelden die tijdens de oorspronkelijk overeengekomen ter-mijn van vijf jaar zijn vervallen en, anderzijds, van een vergoeding voor het ge-bruik van het gehuurde goed na die duur, en in zoverre het uitspraak doet over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Mireille Delange et Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 22 november 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Begrip

  • Overeenkomst

  • Overeenkomst van verhuur van een landbouwmachine