- Arrest van 28 november 2012

28/11/2012 - P.12.1855.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de raadsman van de inverdenkinggestelde het woord is verleend nadat laatstgenoemde over de feiten en over de mogelijkheid dat tegen hem een bevel tot aanhouding kan worden uitgevaardigd werd verhoord en nergens blijkt dat die raadsman bij die gelegenheid verhinderd werd om tussen te komen, inzonderheid betreffende die mogelijkheid, zijn de bepalingen nageleefd van artikel 16, §2, vijfde lid, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, volgens welke de onderzoeksrechter de opmerkingen moet horen van de inverdenkinggestelde en van zijn raadsman betreffende de voormelde mogelijkheid.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1855.F

T. A.,

Mrs. Thibaut Colin en Pierre Monville, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

De eiser voert aan dat de kamer van inbeschuldigingstelling artikel 16, § 2, vijfde lid, Voorlopige Hechteniswet heeft geschonden, door te beslissen dat het bevel tot aanhouding regelmatig is, hoewel het was uitgevaardigd zonder dat de onder-zoeksrechter zijn advocaat afzonderlijk heeft ondervraagd over de mogelijkheid dat dergelijk bevel zou worden verleend.

Volgens de voormelde bepaling moet de onderzoeksrechter de opmerkingen ter zake horen van de inverdenkinggestelde en de advocaat die hem bijstaat.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de onderzoeksrech-ter, nadat hij de eiser over de feiten en betreffende de afgifte van een bevel tot aanhouding heeft ondervraagd, diens advocaat heeft gevraagd of hij opmerkingen had over het verloop van dat verhoor, waarop laatstgenoemde ontkennend heeft geantwoord.

Wanneer de raadsman van de eiser het woord is verleend, nadat laatstgenoemde was verhoord over de feiten en over de mogelijkheid dat er tegen hem een bevel tot aanhouding zou worden uitgevaardigd, en nergens blijkt dat die raadsman bij die gelegenheid verhinderd werd zich uit te drukken, inzonderheid betreffende die mogelijkheid, zijn de bepalingen van artikel 16, § 2, vijfde lid, nageleefd.

Daaruit volgt dat het arrest, door te oordelen dat het vormvereiste van de in het middel aangevoerde wetsbepaling regelmatig is nageleefd, zijn beslissing naar recht verantwoordt.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

De eiser verwijt het arrest dat het de advocaat een onvoorwaardelijk recht verleent om de onderzoeksrechter opmerkingen te maken betreffende de eventualiteit dat een bevel tot aanhouding zou worden verleend.

Het middel dat gericht is tegen een overtollige reden van het arrest, is niet ontvan-kelijk bij gebrek aan belang.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 28 november 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorwaarden

  • Verhoor van de inverdenkinggestelde

  • Verhoor over de mogelijkheid dat een bevel tot aanhouding wordt uitgevaardigd

  • Verplichting de opmerkingen van de advocaat ter zake te horen