- Arrest van 4 december 2012

04/12/2012 - P.12.0588.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer uitsluitend het openbaar ministerie of de burgerlijke partij hoger beroep instellen en het veroordelend vonnis slechts het beroepen vonnis bevestigt, mag het de beklaagde niet tot de kosten van dit hoger beroep veroordelen (1). (1) Cass. 4 dec. 2001, AR P.00.0546.N, AC 2001, nr. 665.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0588.N

1. N. G.,

beklaagde,

eiser,

2. A. M. G. G.,

burgerrechtelijk aansprakelijke partij,

eiser,

met als raadsman mr. Gunter Fransis, advocaat bij de balie te Leuven.

tegen

E. S.,

burgerlijke partij,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correcti-onele rechtbank te Tongeren van 29 februari 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het bestreden vonnis stelt de verjaring van de strafvordering vast voor wat de feiten B, D, E en F betreft, verklaart de eiser 1 vervallen van rechtsvervolging voor deze feiten en ontslaat hem van elke uit dien hoofde tegen hem uitgesproken veroordeling.

De cassatieberoepen tegen die beslissing zijn bij gebrek aan belang niet ontvanke-lijk.

2. Het bestreden vonnis bevestigt op burgerrechtelijk gebied het beroepen vonnis dat de eisers in solidum veroordeelde tot het betalen van een voorschot aan de verweerster en de uitspraak over de burgerlijke rechtsvorderingen aanhoudt, en verzendt de zaak terug naar de eerste rechter voor verdere afhandeling. Aldus be-vat het bestreden vonnis geen eindbeslissing noch een uitspraak in één der geval-len bepaald in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

In zoverre daartegen gericht, zijn de cassatieberoepen voorbarig, mitsdien niet ontvankelijk.

Eerste en tweede middel

3. De beide middelen zijn gericht tegen beslissingen waartegen geen ontvanke-lijk cassatieberoep openstaat en hebben geen betrekking op de ontvankelijkheid van de cassatieberoepen.

Zij behoeven geen antwoord.

Derde middel

4. Het middel voert schending aan van de artikelen 162, 176, 194 en 211 Wet-boek van Strafvordering: op het hoger beroep van de verweerster en het openbaar ministerie veroordeelt het bestreden vonnis de eisers in de kosten van het hoger beroep, waaronder de kosten van een college van deskundigen dat door de appel-rechters werd aangesteld met het oog op de juiste omschrijving van feit A; de ei-sers, die hebben berust in het beroepen vonnis, konden niet tot de kosten van het hoger beroep veroordeeld worden.

5. Behoudens de vaststelling van de voormelde verjaring, houdt het bestreden vonnis bevestiging in van het beroepen vonnis met betrekking tot de heromschrij-ving van feit A, de schuldigverklaring van de eiser 1 aan het heromschreven feit A en aan feit C, en de straffen voor die feiten. Het veroordeelt verder de eiser 1 tot de kosten van de strafvordering in eerste aanleg en in hoger beroep en bevestigt de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de eiser 2 voor deze kosten.

6. Wanneer uitsluitend het openbaar ministerie of de burgerlijke partij hoger beroep instellen en het veroordelend vonnis slechts het beroepen vonnis bevestigt, mag het de beklaagde niet tot de kosten van dit hoger beroep veroordelen.

De appelrechters die anders beslissen, schenden de aangevoerde wetsbepalingen.

Het middel is gegrond.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering voor het overige

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiser 1 veroordeelt tot de kosten van het hoger beroep en het de eiser 2 burgerlijk aansprakelijk verklaart voor de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de eisers tot drie vierden van de kosten van hun cassatieberoep en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Hasselt, zete-lend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 131,34 euro.

V. Kosynsky

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 4 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Hoger beroep door het openbaar ministerie of de burgerlijke partij

  • Geen hoger beroep van de beklaagde

  • Bevestiging van het beroepen vonnis

  • Veroordeling van de beklaagde

  • Kosten van het hoger beroep