- Arrest van 11 december 2012

11/12/2012 - P.12.0467.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Rijden in staat van alcoholintoxicatie is een wanbedrijf waarvan het bewijs, wanneer het door een adem- of bloedanalyse wordt geleverd, bijzonder bij wet is geregeld; wanneer de rechter zijn beslissing grondt op de resultaten van een meting van de alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht of per liter bloed, is hij, in de regel, gebonden door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen (1). (1) Cass. 26 nov. 2008, AR P.08.1293.F, AC 2008, nr. 672 met concl. adv.-gen. Vandermeersch; Cass. 9 juni 2010, AR P.10.0384.F, AC 2010, nr. 404.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0467.N

J. E. H. G.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Jan De Groote, advocaat bij de balie te Brugge.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brugge van 3 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VOOR HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 34, § 2, 1°, 38, § 1, eerste lid, 1°, en tweede lid, 59 en 62, tweede lid, Wegverkeers-wet, artikel 24 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de adem-testtoestellen en de ademanalysetoestellen en artikel 3.2.2 van de bijlage 2 bij dit koninklijk besluit, evenals miskenning van het recht van verdediging: bij elke me-ting dienen de mondstukken te worden vervangen; uit het aanvullend onderzoek is gebleken dat er te dezen maar één mondstuk werd gebruikt; het bestreden vonnis oordeelt onterecht dat het gebruik van telkens een nieuw mondstuk voor elke test niet substantieel is en dat er geen gevaar is voor hygiëne en besmetting wanneer telkens dezelfde persoon de blaasproeven uitvoert; aldus schendt het arrest de vermelde bepalingen en is het niet regelmatig gemotiveerd.

2. Rijden in staat van alcoholintoxicatie is een wanbedrijf waarvan het bewijs, wanneer het door een adem- of bloedanalyse wordt geleverd, bijzonder bij wet is geregeld. Wanneer de rechter zijn beslissing grondt op de resultaten van een me-ting van de alcoholconcentratie per liter uitgeademde alveolaire lucht of per liter bloed, is hij, in de regel, gebonden door de bepalingen die de bijzondere ge-bruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen.

Het verzuim van gelijk welke vormvereiste, die voorgeschreven wordt door de bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten van de gebruikte toestellen vaststellen, is op zich evenwel niet noodzakelijk een afdoende reden om geen wet-telijke bewijswaarde te hechten aan de analyse. Opdat het verzuim aldus zou kun-nen gesanctioneerd worden is immers tevens vereist dat het niet-nageleefde voor-schrift tot doel heeft de kwaliteit van de intrinsieke waarde van het bijzonder bij wet geregelde bewijs te waarborgen.

3. Artikel 24 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de adem-testtoestellen en de ademanalysetoestellen bepaalt: "Door de overheidsagent be-doeld in artikel 59, § 1, [Wegverkeerswet], wordt, een verpakt mondstuk getoond, de verpakking geopend en het mondstuk op het toestel aangebracht zonder het mondstuk aan te raken. Van zodra het toestel aanduidt dat het klaar is voor een test of een analyse, verzoekt hij de betrokkene voldoende hard te blazen in het toestel tot het einde van een geldige monsterneming door het toestel wordt aangeduid."

4. Artikel 3.2.1 van de bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 21 april 2007 bepaalt:

"Algemeen.

Het opnemingssysteem bestaat uit een uitwisselbaar mondstuk dat eveneens dient als condensaat-afscheider en mogelijkerwijs uit een slang waarin kan worden geblazen. Deze slang moet toelaten zonder belemmering doorheen de analysator te blazen."

5. Artikel 3.2.2 van deze bijlage bepaalt :

"Mondstuk.

De mondstukken moeten een anti-terugslaginrichting bevatten, die inademing verhindert van besmette lucht uit voorgaand gebruik.

De mondstukken moeten individueel en hygiënisch verpakt zijn.

De mondstukken moeten bij elke meting vervangen worden."

6. Uit deze bepalingen, die enkel betrekking hebben op de voorwaarden waar-aan de mondstukken moet voldoen met het oog op het verhinderen van de inade-ming van besmette lucht en op het gebruik van de analysatoren in hygiënische omstandigheden, evenals op de technische vereisten waaraan de ademanalysator moet voldoen om de aanwezige mondalcohol te detecteren, kan niet worden afge-leid dat het bedoelde voorschrift tot doel heeft de kwaliteit van de intrinsieke waarde van het bijzonder bij wet geregelde bewijs te waarborgen.

Het middel, dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht.

7. Het bestreden vonnis steunt eisers veroordeling op de resultaten van een me-ting van de alcoholintoxicatie per liter uitgeademde lucht. Het oordeelt dat het ge-bruik van telkens een nieuw mondstuk voor elke test niet substantieel is, dat van zodra telkens dezelfde persoon de blaasproeven uitvoert, er geen gevaar voor hy-giëne of besmetting is, en dat de testen voldoende wetenschappelijke betrouw-baarheid bieden. Met deze redenen verantwoordt het bestreden vonnis eisers ver-oordeling naar recht.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 64,19 euro.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 11 december 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Rijden in staat van alcoholintoxicatie

  • Bewijs

  • Adem- of bloedanalyse

  • Bijzonder bij wet geregeld bewijs

  • Meetapparatuur

  • Bepalingen die de bijzondere gebruiksmodaliteiten vaststellen

  • Bindend karakter