- Arrest van 13 december 2012

13/12/2012 - C.12.0204.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De feitenrechter beoordeelt op onaantastbare wijze, op grond van de gegevens van de zaak, of een persoon die de hoedanigheid heeft van orgaan van een vennootschap, in eigen naam dan wel in naam van die vennootschap is opgetreden en, in het laatste geval, de medecontractant daarvan op de hoogte heeft gebracht.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0204.F

M. J.,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

CHEYNS nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen van 8 december 2011.

Raadheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 2, 3, 61, 62, 517 en 525 van het Wetboek van vennootschappen;

- de artikelen 30 tot 32 van de wet van 10 augustus 1953 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de wisselbrieven en orderbriefjes en betreffende haar inwerkingtreding, zoals die wet werd verbeterd en uitgelegd bij de wet van 31 december 1955 tot verbetering en interpretatie van verschillende bepalingen van de wet van 10 augustus 1953 betreffende de invoering in de nationale wetgeving van de eenvormige wet op de wisselbrieven en orderbriefjes en betreffende haar inwerkingtreding, en tot coördinatie van deze wetgeving met de eenvormige wet, waarvan de bepalingen werden ingevoegd in titel VIII van boek I van het Wetboek van Koophandel onder de hoofding "Gecoördineerde wetten op wisselbrieven en orderbriefjes".

Aangevochten beslissingen

Het arrest veroordeelt de eiseres, met bevestiging van het beroepen vonnis, om aan de verweerster een totaalbedrag van 198.183,19 euro te betalen, vermeerderd met de interest, in haar hoedanigheid van avalgever van verschillende wisselbrieven die de verweerster heeft getrokken op Nothag, een naamloze vennootschap die failliet is verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Charleroi van 2 maart 2010, waarbij die veroordeling met name ook betrekking heeft op de betaling van een bedrag van 111.312,82 euro, te weten het bedrag van een wisselbrief van 17 februari 2010 met als vervaldatum 5 maart 2010.

Het arrest verwerpt de betwisting van de eiseres met betrekking tot de betaling van die wisselbrief om de volgende redenen:

"C. Wat betreft de hoedanigheid van avalgever (principaal beroep)

Stelling van [de eiseres]

[De eiseres] voert, nog meer subsidiair, aan dat zij twee wissels heeft ondertekend in haar hoedanigheid van vertegenwoordigend orgaan van de vennootschap Nothag, aangezien haar handtekening wordt gevolgd door de woorden ‘gedelegeerd bestuurder' en dat zij zich bijgevolg niet persoonlijk heeft willen verbinden.

Stelling van de [verweerster]

Volgens de [verweerster] heeft [de eiseres] na haar handtekening weliswaar de vermelding ‘gedelegeerd bestuurder' geplaatst, zonder te preciseren van welke vennootschap zij gedelegeerd bestuurder was. Zij zou zich dus kennelijk persoonlijk hebben verbonden.

Standpunt van het hof [van beroep]

Hoewel [de eiseres] inderdaad twee wissels heeft ondertekend, onder de hoofding ‘aval voor rekening van de betrokkene', en daarbij haar hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder heeft vermeld, moet, net als de eerste rechter, evenwel gewezen worden op het feit dat die vermelding geen enkele juridische waarde heeft omdat zij niet gepreciseerd heeft welke vennootschap zij als avalgever heeft willen vertegenwoordigen.

Indien, daarenboven, [de eiseres] zich niet persoonlijk als avalgever heeft willen verbinden maar wel in naam en voor rekening van een rechtspersoon, had zij in dat geval, zoals zij dat voor de betrokkene heeft gedaan, na haar handtekening de naam en het adres van die rechtspersoon moeten vermelden, eventueel onder ver-melding van haar hoedanigheid van lasthebber of orgaan.

Het lijkt te dezen onwaarschijnlijk dat [de eiseres], onder de hoofding ‘aval voor rekening van de betrokkene', daadwerkelijk heeft willen ondertekenen in haar hoedanigheid van vertegenwoordigend orgaan van de vennootschap Nothag, ook al voert zij dat aan in haar conclusie van 14 september 2011. Inzake wisselbrieven wijst het aval immers op een persoonlijke verbintenis van een derde ten voordele van een van de ondertekenaars van de wissel, tot beloop van een bedrag dat gewoonlijk de gehele verschuldigde som vertegenwoordigt. Een dubbele ondertekening door dezelfde rechtspersoon, te weten de vennootschap Nothag die vertegenwoordigd wordt door [de eiseres], die zich tegelijkertijd als betrokkene en als endossant verbindt, zou volkomen zinloos zijn geweest".

Grieven

Eerste onderdeel

De omstandigheid dat de ondertekenaar van een wisselbrief zijn hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder vermeldt, heeft tot gevolg dat die ondertekenaar zich niet persoonlijk maar in naam en voor rekening van een derde verbindt, meer bepaald de naamloze vennootschap wiens dagelijks bestuur hij met toepassing van artikel 525 van het Wetboek van vennootschappen uitoefent. De persoon die belast is met het dagelijks bestuur van een naamloze vennootschap, draagt in de regel de titel van gedelegeerd bestuurder wanneer hij tegelijkertijd ook bestuurder van die ven-nootschap is.

Dat geldt ook wanneer die ondertekenaar de naam van de vennootschap niet ver-meldt in wiens naam en voor wiens rekening hij in die hoedanigheid ondertekent.

De rechter, die van een vordering tot veroordeling kennisneemt, moet, met inacht-neming van de context van de wisselbrief en van de conclusies van de partijen, nagaan wie die vennootschap is en of de ondertekenaar bevoegd was om die vennootschap door zijn handtekening te verbinden.

Het arrest, dat de persoonlijke veroordeling uitspreekt van de eiseres, in haar hoedanigheid van avalgever van de litigieuze wisselbrief, hoewel het vaststelt dat de eiseres die wissel wel in die hoedanigheid heeft ondertekend maar na haar handtekening de vermelding "gedelegeerd bestuurder" heeft geplaatst, verantwoordt door de vermelde redenen zijn beslissing bijgevolg niet naar recht. Het hof van beroep had integendeel moeten nagaan of die vermelding, zoals de eiseres in haar conclusie betoogde, niet erop wees dat de eiseres de wissel had ondertekend in naam en voor rekening van de naamloze vennootschap Nothag, daar het arrest overigens vaststelt dat de eiseres bevoegd was om die vennootschap te verbinden, aangezien zij de brief ook had ondertekend in naam en voor rekening van die vennootschap, die de betrokkene is.

Het arrest miskent aldus het begrip rechtspersoonlijkheid, daar de persoonlijkheid van de naamloze vennootschap niet samenvalt met die van haar organen, en laatstgenoemden zich niet persoonlijk verbinden wanneer zij zich in die hoedanigheid verbinden (schending van de artikelen 2, inzonderheid § 2, 3, 61 en 62 van het Wetboek van vennootschappen).

Het miskent ook meer bepaald het begrip dagelijks bestuur van de naamloze vennootschap, dat de vertegenwoordiging van die vennootschap met betrekking tot dat bestuur inhoudt, daar het met dat bestuur belaste orgaan zich niet persoonlijk verbindt wanneer het de vennootschap verbindt (schending van de artikelen 61, 62, 517 en 525, inzonderheid eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen).

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Het orgaan van een vennootschap dat in naam en voor rekening van die vennoot-schap optreedt, zonder dat uitdrukkelijk of stilzwijgend te vermelden, geeft in de regel te kennen dat het in eigen naam optreedt en heeft zich bijgevolg persoonlijk verbonden.

De feitenrechter beoordeelt op onaantastbare wijze, op grond van de gegevens van de zaak, of een persoon die de hoedanigheid heeft van orgaan van een vennoot-schap, in eigen naam dan wel in naam van die vennootschap is opgetreden en, in het laatste geval, de medecontractant daarvan op de hoogte heeft gebracht.

Het arrest oordeelt dat, "hoewel [de eiseres] inderdaad twee wissels heeft onder-tekend, onder de hoofding ‘aval voor rekening van de betrokkene', en daarbij haar hoedanigheid van gedelegeerd bestuurder heeft vermeld, net als de eerste rechter evenwel gewezen moet worden op het feit dat die vermelding geen enkele juridische waarde heeft omdat zij niet gepreciseerd heeft welke vennootschap zij als avalgever heeft willen vertegenwoordigen" en dat, "indien, daarenboven, [de eiseres] zich niet persoonlijk als avalgever heeft willen verbinden maar wel in naam en voor rekening van een rechtspersoon, zij in dat geval, zoals zij dat voor de betrokkene heeft gedaan, na haar handtekening de naam en het adres van die rechtspersoon had moeten vermelden, eventueel onder vermelding van haar hoedanigheid van lasthebber of orgaan".

Het arrest heeft uit die overwegingen wettig kunnen afleiden dat de eiseres zich voor de litigieuze wissels persoonlijk verbonden heeft als avalgever van de naam-loze vennootschap Nothag.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 13 december 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verbintenis aangegaan door het orgaan van de vennootschap

  • Verbintenis in naam en voor rekening van de vennootschap

  • Voorwaarde

  • Bevoegdheid van de rechter