- Arrest van 4 januari 2013

04/01/2013 - C.12.0258.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beslagrechter is bevoegd om te onderzoeken of de schuldvordering die uit de uitvoerbare titel blijkt, niet is tenietgegaan na het ontstaan van de titel, in welk geval deze niet meer actueel is en de tenuitvoerlegging onrechtmatig is; hij mag hierbij geen afbreuk doen aan hetgeen werd beslist door de rechter die het vonnis heeft gewezen waarvan de tenuitvoerlegging wordt nagestreefd (1). (1) Cass. 17 sept. 2010, AR C.09.0572.N, AC 2010, nr. 528.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0258.N

BRACHT, DECKERS & MACKELBERT nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Entrepotkaai 5,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Vorstlaan 36, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

Roland VAN DER KLOOSTER, wonende te 9810 Nazareth, Parkwijk 17,

die woonplaats heeft gekozen bij gerechtsdeurwaarder Etienne Megroedt, met kantoor te 2018 Antwerpen, Grétrystraat 29,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 januari 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. De beslagrechter is bevoegd om te onderzoeken of de schuldvordering die uit de uitvoerbare titel blijkt, niet is tenietgegaan na het ontstaan van de titel, in welk geval deze niet meer actueel is en de tenuitvoerlegging onrechtmatig is.

De beslagrechter mag hierbij geen afbreuk doen aan hetgeen werd beslist door de rechter die het vonnis heeft gewezen waarvan de tenuitvoerlegging wordt nage-streefd.

2. De appelrechters stellen vast dat:

- de verweerder bij vonnis van 9 januari 2006 van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge en bij arrest van 29 april 2008 van het hof van beroep te Gent werd veroordeeld tot terugbetaling van de schadevergoeding die de eiseres, als ver-tegenwoordiger van een aantal verzekeraars, ten onrechte had uitgekeerd aan de verweerder;

- de vraag of destijds de verzekeraars de eiseres hadden terugbetaald, aan het oordeel van de bodemrechter was onderworpen;

- de bodemrechter heeft geoordeeld dat "dit niet geval was".

3. Zij oordelen op grond van betalingsbewijzen uit 1996 die niet aan het oor-deel van de bodemrechter werden onderworpen, dat de eiseres wel werd betaald door de verzekeraars en schorsen op die gronden de tenuitvoerlegging van het vonnis van 9 januari 2006 van de rechtbank van eerste aanleg te Brugge en van het arrest van 29 april 2008 van het hof van beroep te Gent wegens gebrek aan actua-liteit van deze titels.

4. Door aldus te oordelen schenden de appelrechters artikel 1395 Gerechtelijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve inzoverre het het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 4 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Beslagrechter

  • Beslissing over de rechten der partijen

  • Titel

  • Actualiteit