- Arrest van 9 januari 2013

09/01/2013 - P.13.0013.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het verzoek tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere moet bewijskrachtige en nauwkeurige feiten aandragen die, indien zij juist blijken te zijn, kunnen leiden tot gewettigde verdenking omtrent de strikte onpartijdigheid, die wordt vermoed, van alle magistraten van het rechtscollege waaraan men de zaak wil onttrekken.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0013.F

S. R.,

verzoeker tot verwijzing van een rechtbank naar een andere wegens gewettigde verdenking,

in zake

1. PROCUREUR DES KONINGS TE NIJVEL,

2. ORDE VAN ADVOCATEN VAN DE BALIE TE NIJVEL,

tegen

S. R.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Met een verzoekschrift dat op 14 december 2012 bij de griffie is ingediend en waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, vordert de eiser dat de zaak die is vastgesteld na zijn verzet tegen een vonnis van dat rechts-college van 19 november 2012, aan de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel zou worden onttrokken wegens gewettigde verdenking.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het verzoek tot verwijzing van de ene rechtbank naar de andere, bepaald in artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, moet bewijskrachtige en nauwkeu-rige feiten aandragen die, indien zij juist blijken te zijn, kunnen leiden tot gewet-tigde verdenking omtrent de strikte onpartijdigheid, die wordt vermoed, van alle magistraten van het rechtscollege waaraan men de zaak wil onttrekken.

De verzoeker zet uiteen dat zijn familie en hijzelf sinds hun aankomst op het grondgebied van het Rijk door overheidsinstanties worden vervolgd.

Hij oefent kritiek uit op de houding van het parket, van de balie en van de direc-teur van een onthaalcentrum voor asielzoekers.

Die grieven hebben geen betrekking op het in het verzoekschrift bedoelde rechts-college.

De verzoeker voert eveneens het onbillijke karakter aan van de tegen hem bij ver-stek uitgesproken veroordeling wegens valsheid in geschriften en gebruik van val-se stukken, en het onrechtmatig voeren van de titel van advocaat.

Hij voert aan dat dit vonnis, waartegen verzet is aangetekend, zijn recht van ver-dediging miskent en hij leidt daaruit af dat alle magistraten van het gerechtelijk arrondissement Nijvel hem vijandig gezind zijn.

Als dusdanig doet de gegrondheid van het verzet geen gewettigde verdenking ontstaan ten aanzien van het rechtscollege dat bij verstek uitspraak heeft gedaan.

Uit het feit dat een vonnis verschillende vergissingen bevat, zodat het moet wor-den vernietigd, kan niet worden afgeleid dat alle magistraten van de rechtbank die het heeft gewezen, niet meer in staat zouden zijn om op onafhankelijke en onpar-tijdige wijze uitspraak te doen over het verzet van de beklaagde, of dat er bij laatstgenoemde of bij derden gewettige twijfel kan ontstaan omtrent hun ver-mogen om op die wijze te oordelen.

Het verzoek is kennelijk niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Gelet op de artikelen 542, tweede lid, en 545, eerste lid, Wetboek van Strafvorde-ring,

Verwerpt het verzoekschrift.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 9 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Verzoek

  • Ontvankelijkheid