- Arrest van 14 januari 2013

14/01/2013 - C.11.0734.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De arbeidsongevallenverzekeraar kan in de verzekeringsovereenkomst, die een persoonsverzekering is, een recht van verhaal tegen de verzekeringnemer bedingen in geval van miskenning van de krachtens artikel 26, § 1, van de Wet Landverzekeringsovereenkomst opgelegde verplichting om in de loop van de overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 5 de nieuwe omstandigheden of de wijzigingen van de omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet, te bewerkstelligen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0734.N

VIVIUM nv, met zetel te 1210 Sint-Joost-ten-Noode, Koningsstraat 153,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

G.R.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 juni 2011.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 19 oktober 2012 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

Tweede subonderdeel

1. Artikel 26, § 1, Wet Landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat behalve wanneer het om een levensverzekeringsovereenkomst, een ziekteverzekering of een kredietverzekeringsovereenkomst gaat, de verzekeringnemer de verplichting heeft in de loop van de overeenkomst en onder de voorwaarden van artikel 5 de nieuwe omstandigheden of de wijzigingen van de omstandigheden aan te geven die van aard zijn om een aanmerkelijke en blijvende verzwaring van het risico dat het verzekerde voorval zich voordoet, te bewerkstelligen.

Artikel 55 Arbeidsongevallenwet bepaalt dat geen enkel vervalbeding door de verzekeringsovereenkomst mag worden ingeroepen tegen de personen die rechten op een vergoeding kunnen laten gelden.

Uit de samenhang tussen deze wetsbepalingen volgt dat de arbeidsongevallenver-zekeraar in de verzekeringsovereenkomst die een persoonsverzekering is, een recht van verhaal tegen de verzekeringnemer kan bedingen in geval van miskenning van de krachtens artikel 26, § 1, Wet Landverzekeringsovereenkomst opgelegde verplichting.

2. Krachtens artikel 11 Wet Landverzekeringsovereenkomst mag in de verze-keringsovereenkomst geen geheel of gedeeltelijk verval van het recht op verzeke-ringsprestatie bedongen worden dan wegens niet-nakoming van een bepaalde in de overeenkomst opgelegde verplichting, en mits er een oorzakelijk verband be-staat tussen de tekortkoming en het schadegeval.

Deze bepaling is niet van toepassing op het bedongen verhaalsrecht van de verze-keraar op de verzekeringnemer wegens miskenning van de verplichting opgelegd bij artikel 26, § 1, Wet Landverzekeringsovereenkomst.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- de eiseres haar verhaal steunt op artikel 26 Wet Landverzekeringsovereenkomst en de artikelen 2 en 3 van de algemene voorwaarden met een gelijkaardige draagwijdte;

- de eiseres de arbeidsongevallenverzekeraar van de verweerder is, die meerdere personeelsleden in dienst heeft;

- een persoon bij een verkeersongeval om het leven kwam toen hij in opdracht van de verweerder een broodronde uitvoerde;

- deze persoon op dat ogenblik niet was ingeschreven in het personeelsregister en evenmin aan de verzekeraar werd gemeld dat hij een personeelslid was;

- pas nadat het ongeval zich heeft voorgedaan, weze het nog de dag zelf, de ver-weerder aangifte van de tewerkstelling deed aan het sociaal secretariaat.

4. De appelrechters die oordelen dat de eiseres haar uitgaven niet kan verhalen op de verweerder omdat geen oorzakelijk verband bestaat tussen het ongeval en de verzwaring van het risico of de onjuiste loonaangifte, verantwoorden hun be-slissing niet naar recht.

Het subonderdeel is gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 14 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols A. Lievens G. Jocqué

K. Mestdagh B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Arbeidsongevallenverzekering

  • Aard

  • Arbeidsongevallenverzekeraar

  • Verhaalsrecht

  • Verplichting van de verzekeringnemer

  • Nieuwe of gewijzigde omstandigheden

  • Aangifte

  • Miskenning