- Arrest van 22 januari 2013

22/01/2013 - P.13.0068.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De bijzondere omstandigheden die de verlenging van de arrestatietermijn van vierentwintig uren kunnen wettigen, kunnen andere omstandigheden zijn dan deze die verband houden met het recht op bijstand van een advocaat.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0068.N

I B R G,

beklaagde, aangehouden,

eiseres,

met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 januari 2013.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM, artikel 12 Grondwet en de artikelen 15bis, 21 en 30 Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt dat de aanhouding van de eiseres tijdig was en beslist tot handhaving er-van omdat een bevel tot verlenging van termijn was verleend; het oordeelt dat dit bevel voldoet aan de vereisten van de wet omdat het de ernstige aanwijzingen van schuld en de bijzondere omstandigheden vermeldt; het arrest oordeelt dat deze onaantastbaar door de onderzoeksrechter worden ingevuld en door de kamer van inbeschuldigingstelling niet kunnen worden getoetst; het bestaan van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 15bis Voorlopige Hechteniswet is ook een materiële voorwaarde van de geldigheid van het bevel tot verlenging en het staat het onderzoeksgerecht na te gaan of de onderzoeksrechter uit de door hem gedane vaststellingen wettig heeft kunnen besluiten tot het bestaan van "bijzondere om-standigheden".

2. Anders dan het onderdeel ervan uitgaat, oordeelt het arrest niet dat de con-trole van de wettigheid van het bevel tot verlenging van de termijn van vrijheids-beroving, beperkt is tot een loutere formele controle. Met overname van de rede-nen van de beroepen beschikking en van de vordering van het openbaar ministerie, alsmede met eigen redenen oordeelt het arrest niet alleen dat de onderzoeksrechter onaantastbaar het bestaan van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 15bis Voorlopige Hechteniswet beoordeelt. Op grond van die redenen en de feitelijke omstandigheden die deze vermelden, oordeelt het ook dat de bijzondere omstandigheden vermeld door de onderzoeksrechter de regelmatigheid van het bevel tot verlenging van het arrestatietermijn verantwoorden. Aldus beperkt het arrest zich niet tot een formele toets van de regelmatigheid van het bevel tot verlenging, maar oordeelt het ook op grond van de feitelijke omstandigheden die het vaststelt, inhoudelijk de regelmatigheid van dat bevel.

Het onderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feite-lijke grondslag.

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM, artikel 12 Grondwet en de artikelen 15bis, 21 en 30 Voorlopige Hechteniswet: het arrest gaat ervan uit dat de bijzondere omstandigheden als bedoeld bij artikel 15bis Voorlopige Hechteniswet niet noodzakelijk verband dienen te houden met het recht op bijstand van een advocaat en oordeelt dat ook andere omstandigheden een bevel tot verlenging overeenkomstig die wetsbepaling kunnen rechtvaardigen; er kan slechts sprake zijn van bijzondere omstandigheden als bedoeld bij artikel 15bis Voorlopige Hechteniswet wanneer het niet mogelijk blijkt om binnen de vierentwintig uren na de vrijheidsberoving een verhoor met bijstand van een ad-vocaat te organiseren.

4. Artikel 15bis, derde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt: "Het bevel [tot verlenging] is met redenen omkleed en kan slechts eenmaal worden verleend. Het vermeldt de gegevens die het ingaan van een nieuwe termijn verantwoorden, te weten:

1° de ernstige aanwijzingen van schuld aan een misdaad of een wanbedrijf;

2° de bijzondere omstandigheden van het voorliggend geval."

5. Anders dan het onderdeel aanvoert, sluit de wet niet uit dat de bijzondere omstandigheden die de verlenging van de arrestatietermijn van vierentwintig uren wettigen, andere omstandigheden kunnen zijn dan deze die verband houden met het recht op bijstand van een advocaat.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Derde onderdeel

6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 5.4 EVRM, artikel 12 Grondwet en de artikelen 15bis, 21 en 30 Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt dat de eiser gedurende het grootste deel van de eerste arrestatietermijn van vierentwintig uren medisch gezien niet kon verhoord worden en dat de onder-zoeksrechter in zijn motivering verwezen heeft naar de aard der feiten, waardoor het voor hem onontbeerlijk was de eiser eerst grondig te laten verhoren door de politiediensten vooraleer tot voorleiding en verhoor door de hemzelf over te gaan; de wens om een voorafgaand verhoor van de verdachte door de politie te organiseren, maakt geen bijzondere omstandigheid uit als bedoeld bij artikel 15bis Voorlopige Hechteniswet.

7. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de bijzondere omstandigheden die over-eenkomstig artikel 15bis, derde lid, Voorlopige Hechteniswet een verlenging van de arrestatietermijn kunnen rechtvaardigen, ook betrekking kunnen hebben op de noodzaak bijkomende onderzoekshandelingen uit te voeren.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 64,41 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 22 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Arrestatietermijn

  • Bijzondere omstandigheden die de verlenging kunnen wettigen

  • Begrip