- Arrest van 23 januari 2013

23/01/2013 - P.11.1797.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verzekeraar kan krachtens artikel 87, §2, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, tegen de benadeelde partij die het recht heeft een rechtstreekse vordering tegen hem in te stellen, slechts excepties, nietigheden of verval van recht tegenwerpen, die voortkomen uit de wet of de overeenkomst en die hun oorsprong vinden in een feit dat het schadegeval voorafgaat; een vonnis van collectieve schuldenregeling van de verzekerde, dat door de arbeidsrechtbank is gewezen nadat de schade zich heeft voorgedaan, kan door de verzekeraar niet worden aangevoerd om het verval van het vorderingsrecht dat de benadeelde partij tegen hem heeft te verantwoorden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1797.F

1. SOCIÉTÉ PUBLIQUE D'ADMINISTRATION DES BÂTIMENTS SCOLAIRES DU HAINAUT,

2. FRANSE GEMEENSCHAP VAN BELGIE, minister van Leerplicht en Sociale promotie,

Mr. Vincent Letellier, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. F. G.,

2. M. D.,

3. AXA BELGIUM nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, jeugdkamer, van 3 oktober 2011.

De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

C. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen tegen de naamloze vennootschap Axa Belgium

Tweede middel

De door de verweerster aangevoerde grond van niet-ontvankelijkheid : het middel oefent kritiek uit op een overtollige reden van het arrest of waaraan, subsidiair, een juridische grondslag in de plaats kan worden gesteld die het dictum rechtvaardigt

Het arrest grondt zijn beslissing om de eiseressen vervallen te verklaren van hun vorderingsrecht alleen op de in het middel aangehaalde redenen. Die kunnen dus niet als overtollig worden beschouwd.

Overigens beschikken de eiseressen, als burgerlijke partijen, van het begin af aan over het recht om tegen de verzekeraar een rechtstreekse vordering in te stellen.

Laatstgenoemde kan krachtens artikel 87, § 2, Wet Landverzekeringsovereen-komst tegen de benadeelde partij slechts excepties, nietigheden of verval van recht tegenwerpen welke voortkomen uit de wet of de overeenkomst en die hun oor-sprong vinden in een feit dat aan het schadegeval voorafgaat.

Het vonnis tot collectieve schuldenregeling van de verzekerde van de verweerster, dat de arbeidsrechtbank heeft gewezen op 16 juni 2009, dus na de schade van 3 augustus 2002, kan niet worden aangevoerd om het verval van het vorderingsrecht van de eiseressen te verantwoorden.

Het dictum kan dus niet met de door de verweerster aangegeven reden worden verantwoord.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

Grondslag van het middel

Krachtens artikel 89, § 5, Wet Landverzekeringsovereenkomst, kan de verzekeraar vrijwillig tussenkomen in de zaak die tegen de verzekerde voor de strafrechter is ingesteld, onder dezelfde voorwaarden als voor de burgerlijke rechter.

Aangezien hij partij is in het geding kunnen de overige partijen, zoals bepaald in artikel 809 Gerechtelijk Wetboek, bij conclusie tussenvorderingen tegen hem in-stellen.

De burgerlijke partijen hebben bij conclusies in hoger beroep een vordering inge-steld die ertoe strekt de verzekeraar te veroordelen tot vergoeding van hun schade.

Het hof van beroep heeft die vordering afgewezen door de eiseressen vervallen te verklaren van hun vorderingsrecht, op grond dat de verzekeraar vrijwillig in de zaak was tussengekomen en de eiseressen hem nooit rechtstreeks hebben gedag-vaard.

Het arrest schendt aldus artikel 809 Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Het eerste middel dat niet tot ruimere vernietiging kan leiden, behoeft geen ant-woord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het de eiseressen veroordeelt tot de kos-ten van M. D. en uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van de eise-ressen tegen de naamloze vennootschap Axa Belgium.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseressen ieder tot de helft van de kosten van hun cassatieberoep.

Veroordeelt M. D. tot een zesde en de naamloze vennootschap Axa Belgium tot een derde van de kosten van de eiseressen.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen, jeugdkamer, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 23 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Rechtstreeks vorderingsrecht van de benadeelde partij tegen de verzekeraar

  • Verval van het vorderingsrecht

  • Vonnis van collectieve schuldenregeling van de verzekerde

  • Verval om reden van een feit dat zich na het schadegeval heeft voorgedaan