- Arrest van 23 januari 2013

23/01/2013 - P.12.1448.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens artikel 433terdecies, tweede lid, van het Strafwetboek wordt de bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, toegepast op de schuldigen aan het misdrijf bedoeld in artikel 433decies, zelfs ingeval de zaken waarop zij betrekking heeft niet het eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk kan doen aan de rechten van de derden op de goederen die verbeurd zouden moeten worden verklaard; overeenkomstig artikel 1 van het Aanvullend Protocol Verdrag Rechten van de Mens, houdt die bepaling in dat die verbeurdverklaring niet kan worden opgelegd wanneer zij betrekking heeft op een goed dat eigendom is van een derde die te goeder trouw (1). (1) Zie de concl. O.M. in Pas. 2013, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1448.F

B. B.,

Mr. François-René Swennen, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, cor-rectionele kamer, van 27 juni 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Op 8 januari 2013 heeft advocaat-generaal Damien Vandermeersch een conclusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 23 januari 2013 heeft raadsheer Benoît Dejemeppe verslag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel voert aan dat het arrest, door te verklaren dat de verbeurdverklaring van het pand van de eiseres, zoals dat eerst door het beroepen vonnis op tegen-spraak tegen haar was uitgesproken, geen bestaansreden heeft, artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM schendt. Tot staving van het middel voert de eiseres aan dat zij uit haar eigendomsrecht is ontzet zonder dat zij zich hiertegen heeft kunnen verweren, aangezien die verbeurdverklaring intussen was bevolen bij een vonnis op verzet met kracht van gewijsde, in de zaak van een medebeklaagde, na een rechtspleging waarin zij geen partij was.

Krachtens artikel 433terdecies, tweede lid, Strafwetboek wordt de bijzondere ver-beurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1°, toegepast op de schuldigen aan het misdrijf bedoeld in artikel 433decies, zelfs ingeval de zaken waarop zij betrekking heeft geen eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverkla-ring evenwel afbreuk kan doen aan de rechten van de derden op de goederen die verbeurd zouden kunnen worden verklaard.

Overeenkomstig artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM houdt die bepaling in dat die verbeurdverklaring niet kan worden opgelegd wanneer zij betrekking heeft op een goed dat eigendom is van een derde te goeder trouw.

De appelrechters beslissen naar recht dat de eiseres het verbeurdverklaarde pand voor huisvesting had bestemd, waardoor zij zich schuldig heeft gemaakt aan mis-bruik van andermans kwetsbare positie met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren, wat het misdrijf is bedoeld in artikel 433decies Strafwetboek. Zij schenden bijgevolg artikel 1 Eerste Aanvullend Protocol EVRM niet door de eise-res de hoedanigheid van derde te goeder trouw te ontzeggen en door bijgevolg te-gen haar het gezag van het reeds gewijsde te doen gelden.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 23 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bijzondere verbeurdverklaring

  • Zaak die gediend heeft om het misdrijf te plegen

  • Behoort toe aan een derde

  • Derde te goeder trouw

  • Artikel 1, Aanvullend Protocol Verdrag Rechten van de Mens