- Arrest van 25 januari 2013

25/01/2013 - C.11.0358.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verklaring die niet voor een rechter wordt afgelegd of is gedaan in een andere zaak dan die waarover de rechter uitspraak moet doen, is geen gerechtelijke bekentenis (1). (1) Cass. 7 nov. 2002, AR C.11.0541.F, AC 2002, nr. 589; zie ook Cass. 2 juni 1964, Pas. 1964, 1032.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0358.N

R.V.P.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

A.F.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 3 januari 2011.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Derde onderdeel

1. Krachtens artikel 1356, eerste lid, Burgerlijk Wetboek is een gerechtelijke bekentenis een verklaring die in rechte gedaan wordt door de partij of door haar bijzonder gevolmachtigde.

2. De verklaring die niet voor een rechter wordt afgelegd of is gedaan in een andere zaak dan die waarover de rechter uitspraak moet doen, is geen gerechtelij-ke bekentenis.

3. De appelrechters stellen vast dat:

- de eiser een klacht met burgerlijke partijstelling heeft neergelegd tegen de ver-weerder en F&S Consulting bvba wegens oplichting, fraude, schriftvervalsing, diefstal en misbruik van vertrouwen;

- de raadkamer op 1 december 2005 besliste tot de buitenvervolgingstelling;

- de eiser in het kader van het strafonderzoek op 16 november 2004 aan de ver-balisanten verklaarde dat de firma F&S Consulting tussenpersoon was en dat noch verweerder, noch F&S Consulting ooit een volmacht van hem ontvingen om de documenten te ondertekenen;

- de door de eiser voor hen aanhangig gemaakte vordering onder meer gesteund is op lastgeving.

4. De appelrechters die op grond van die vaststellingen oordelen dat de verkla-ring van de eiser in het strafonderzoek een gerechtelijke bekentenis is, zodat de ei-ser "dan ook thans voor de rechtbank/het hof niet (kan) gaan voorhouden dat de verweerder zijn lasthebber was bij de aankoop van de schilderijen", verantwoor-den hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Gerechtelijke bekentenis

  • Niet voor een rechter afgelegde verklaring of gedaan in een andere zaak