- Arrest van 28 januari 2013

28/01/2013 - S.11.0123.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 4, §1, en 4, §4 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden, alsook uit artikel 20ter bedrijfsorganisatiewet en artikel 58 Bedrijfsorganisatiewet volgt dat de in artikel 4, §1 Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bedoelde voordragende organisatie de interprofessionele representatieve werknemersorganisatie betreft en niet de vakorganisatie die aangesloten is of deel uitmaakt van een interprofessionele organisatie (1). (1) Zie conclusies O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0123.N

PINGO POULTRY MAASMECHELEN nv, met zetel te 3630 Maasmechelen, Oude Bunders 2051,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

1. O.Y.,

2. ALGEMEEN BELGISCH VAKVERBOND (ABVV), met zetel te 1000 Brussel, Hoogstraat 42,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 13 juli 2011.

Advocaat-generaal met opdracht Henri Vanderlinden heeft op 8 januari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bepaalt dat de werkgever die het voornemen heeft een personeelsafgevaardigde om een dringen-de reden te ontslaan, hem en de organisatie die hem heeft voorgedragen, hierover moet inlichten bij een ter post aangetekende brief, die verstuurd wordt binnen drie werkdagen volgend op de dag gedurende welke hij kennis heeft gekregen van het feit dat het ontslag zou rechtvaardigen. Hij moet eveneens, binnen dezelfde ter-mijn, bij verzoekschrift zijn zaak aanhangig maken bij de voorzitter van de ar-beidsrechtbank.

Krachtens artikel 4, § 4, zijn de modaliteiten, de termijnen van kennisgeving en de vermeldingen die dit artikel oplegt, voorgeschreven op straffe van nietigheid.

2. De verkiezing van de kandidaten gebeurt volgens artikel 20ter Bedrijfsorga-nisatiewet en artikel 58, eerste lid, Wet Welzijn Werknemers "op door de inter-professionele representatieve werknemersorganisaties (...) voorgedragen kandi-datenlijsten".

3. Hieruit volgt dat de in artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafge-vaardigden bedoelde voordragende organisatie enkel de interprofessionele repre-sentatieve werknemersorganisatie is, en niet de vakorganisatie die aangesloten is of deel uitmaakt van een interprofessionele organisatie.

4. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de in artikel 4, § 1, Wet Ontslag-regeling Personeelsafgevaardigden bedoelde kennisgeving aan een vakorganisatie, eventueel op het adres van het kantoor van haar gewestelijke afdeling, kan worden gericht, faalt het naar recht.

5. De appelrechters stellen vast dat :

- de eerste verweerder bij de sociale verkiezingen als kandidaat personeelsafge-vaardigde voor de ondernemingsraad en voor het comité voor preventie en be-scherming van werknemers voorgedragen werd door de interprofessionele re-presentatieve werknemersorganisatie "federaal ABVV" (met zetel in de Hoog-straat 42 te Brussel);

- het "Het ABVV Horval Kempen-Limburg" (met adres te Hasselt) de gewestelij-ke afdeling van de centrale van de voeding en de horeca is;

- nergens in de voorgedragen kandidatenlijsten verwezen wordt naar een eventu-ele tussenkomst van "ABVV Horval Kempen-Limburg", maar enkel en alleen melding wordt gemaakt van het "interprofessioneel federaal ABVV".

6. Het onderdeel, dat voor het overige ervan uitgaat dat het "Algemeen Bel-gisch Vakverbond Horval Kempen-Limburg" de organisatie is door wiens tussen-komst de neerlegging van de kandidatenlijst is gebeurd, mist in zoverre feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

7. Krachtens artikelen 860, 861 en 867 Gerechtelijk Wetboek geldt de aldaar uitgewerkte nietigheidsregeling voor proceshandelingen.

8. De in artikel 4, § 1, Wet Ontslagregeling Personeelsafgevaardigden bepaalde kennisgeving, die voor het ontslag van een personeelsafgevaardigde of een kandidaat-personeelsafgevaardigde in de plaats komt van de in artikel 35, vierde lid, Arbeidsovereenkomstenwet bepaalde kennisgeving, is geen proceshandeling in de zin van de voormelde bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.

Derde onderdeel

9. Het onderdeel komt op tegen ten overvloede gegeven redenen, met betrek-king tot de navolgende procedure en kan niet tot cassatie leiden.

Het is derhalve niet ontvankelijk.

Dictum,

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 757,87 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Mireille Delange en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 28 januari 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols A. Lievens M. Delange

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Personeelsafgevaardigde

  • Ontslag om dringende reden

  • Ontslagbescherming

  • Procedure