- Arrest van 8 februari 2013

08/02/2013 - C.10.0669.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Vandewal.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0669.N

K D,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering in de per-soon van de minister-president, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting en Ruimtelijke Ordening, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 21 mei 2010.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 17 december 2012 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

1. Krachtens artikel 154, laatste lid, Stedenbouwdecreet 1999 kan de betrokke-ne in kort geding de opheffing van de maatregel vorderen tegen het Vlaams Ge-west.

De vordering wordt gebracht voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aan-leg in het ambtsgebied waarvan het werk en de handelingen werden uitgevoerd.

Boek II, Titel VI, Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de inleiding en de behandeling van de vordering.

2. Uit voormelde bepaling volgt dat de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg ten gronde beslist over de vordering tot opheffing van het stakingsbevel. Hij toetst hierbij het stakingsbevel op zijn externe en interne wettigheid, en mag hierbij nagaan of het bevel een preventief karakter heeft dan wel berust op machtsoverschrijding.

In het raam van de toetsing van de wettigheid van het stakingsbevel mag de rech-ter zich niet beperken tot een prima facie beoordeling van het bestaan van de ste-denbouwkundige inbreuk, waarop het stakingsbevel berust.

3. De appelrechters die de vordering tot opheffing van de stakingsbevelen verwerpen op grond van een prima facie beoordeling van het bestaan van een ste-denbouwkundige inbreuk, schenden artikel 154, laatste lid, Stedenbouwdecreet 1999.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

4. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Bart Wylle-man, en in openbare rechtszitting van 8 februari 2013 uitgesproken door afde-lingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Van-dewal, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Stakingsbevel

  • Wettigheid

  • Toetsing

  • Rechter

  • Bestaan van stedenbouwkundige inbreuk

  • Beoordeling