- Arrest van 12 februari 2013

12/02/2013 - P.12.0685.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden (1). (1) Zie Cass. 27 juni 2010, AR P.09.1847.N, AC 2010, nr. 285.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0685.N

R B T R,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Els Ramakers, advocaat bij de balie te Hasselt.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Hasselt van 9 februari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.3 EVRM en artikel 149 Grondwet, evenals miskenning van het begrip "overmacht": de fout van een last-hebber sluit overmacht bij het laattijdig instellen van hoger beroep niet uit; de ap-pelrechters hebben niet nagegaan of de eiser tijdig opdracht heeft gegeven om ho-ger beroep in te stellen; het louter niet nuttig achten van het aangeboden getuigen-bewijs wegens laattijdigheid van het hoger beroep is "een tegenstrijdigheid in zich", nu uit het aangeboden getuigenbewijs precies zou kunnen blijken waarom het hoger beroep laattijdig werd ingesteld.

2. Overmacht die de ontvankelijkheid verantwoordt van een laattijdig ingesteld hoger beroep, kan alleen voortvloeien uit een omstandigheid buiten de wil van de appellant en die door hem onmogelijk kon worden voorzien of vermeden.

De fouten of nalatigheden van de lasthebber binden de lastgever wanneer zij wor-den begaan binnen de perken van de lastgeving en leveren als dusdanig voor de lastgever geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht op.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

3. De rechter beoordeelt onaantastbaar in feite of de aangevoerde omstandig-heden een geval van overmacht uitmaken. Het Hof is alleen bevoegd om te onder-zoeken of de rechter uit de omstandigheden die hij in aanmerking neemt, al dan niet wettig overmacht heeft kunnen afleiden.

Hij beoordeelt ook onaantastbaar de noodzakelijkheid, de raadzaamheid en de ge-pastheid van bijkomende onderzoeksmaatregelen, zoals een getuigenverhoor.

4. De appelrechters oordelen dat een verhoor onder eed ter rechtszitting van de voormalige raadsman van de eiser niet nuttig is omdat het laattijdig instellen van hoger beroep door de schuld van de advocaat-lasthebber geen overmacht uitmaakt daar zulks voor de eiser geen onoverkomelijk beletsel vormt.

Aldus beantwoorden zij zonder tegenstrijdigheid eisers verzoek tot getuigenver-hoor en verantwoorden zij hun beslissing tot afwijzing van eisers verzoek naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

5. De appelrechters stellen onaantastbaar vast dat:

- het beroepen vonnis op tegenspraak werd uitgesproken op 8 juni 2011;

- het hoger beroep werd ingesteld op 13 september 2011, dit is laattijdig krach-tens artikel 203, § 1, Wetboek van Strafvordering.

Zij oordelen dat zelfs wanneer de rechtbank zou vaststellen dat de toenmalige raadsman van de eiser een beroepsfout zou hebben begaan door laattijdig hoger beroep in te stellen, hieruit niet kan afgeleid worden dat de eiser door overmacht verhinderd was tijdig hoger beroep in te stellen omdat de fouten of nalatigheden van de lasthebber, begaan binnen de perken van de lastgeving, de lastgever ver-binden en op zichzelf voor hem geen vreemde oorzaak, toeval of overmacht ople-veren.

Aldus verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat de aangevoerde omstan-digheden geen geval van overmacht uitmaken, naar recht.

In zoverre kan het middel evenmin worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 61,05 euro.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

P. Hoet L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Termijn

  • Hoger beroep aangetekend buiten de wettelijke termijn

  • Overmacht