- Arrest van 19 februari 2013

19/02/2013 - P.12.0637.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafrechter vermag niet een misbruik van vertrouwen bewezen te verklaren zonder het bestaan van de door de beklaagde betwiste overeenkomst naar de regels van artikel 1341 en volgende Burgerlijk Wetboek vast te stellen of zonder de omstandigheden aan te wijzen waardoor het de schuldeiser niet mogelijk zou zijn geweest zich een schriftelijk bewijs van de bedoelde overeenkomst te verschaffen en die het bewijs van het bestaan ervan door getuigen of vermoedens zouden toelaten (1). (1) Het O.M. was de mening toegedaan dat te dezen de appelrechters op grond van de door hen vastgestelde feitelijke omstandigheden en het verweer van de beklaagde vermochten de regels van het bewijs in strafzaken toe te passen (Cass. 24 sept. 1996, AR P.94.1072.N, AC 1996, nr. 326.)

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0637.N

A. J. G. S.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Eric Pringuet, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

A. B.,

burgerlijke partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 13 maart 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 491 Strafwetboek en artikel 16 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: de appelrechters hebben om het bestaan te beoordelen van de overeenkomst gesloten tussen de eiser en de verweerder ten onrechte de regels van het burgerlijk recht niet in aanmerking genomen, maar integendeel de principes van de vrije bewijs-voering en waardering gehanteerd.

2. Artikel 16 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat wanneer het misdrijf verband houdt met de uitvoering van een overeenkomst waarvan het bestaan ontkend of waarvan de uitlegging betwist wordt, de strafrechter bij zijn beslissing over het bestaan van die overeenkomst of over de uitvoering ervan zich naar de regels van het burgerlijk recht gedraagt.

Deze bepaling wil voorkomen dat een eiser de burgerlijke bewijsregels zou om-zeilen door de zaak voor de strafrechter te brengen.

3. De strafrechter vermag niet een misbruik van vertrouwen bewezen te verkla-ren zonder het bestaan van de door de beklaagde betwiste overeenkomst naar de regels van artikel 1341 en volgende Burgerlijk Wetboek vast te stellen of zonder de omstandigheden aan te wijzen waardoor het de schuldeiser niet mogelijk zou zijn geweest zich een schriftelijk bewijs van de bedoelde overeenkomst te ver-schaffen en die het bewijs van het bestaan ervan door getuigen of vermoedens zouden toelaten.

Het arrest dat anders oordeelt schendt artikel 16 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

4. Het tweede middel kan niet tot cassatie zonder verwijzing leiden en behoeft mitsdien geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 159,66 euro.

K. Vanden Bossche

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 19 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Door de beklaagde betwiste overeenkomst

  • Toepasselijke bewijsregels