- Arrest van 22 februari 2013

22/02/2013 - C.13.0019.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het vereiste in artikel 16, §2, 1°, Wetboek van de Belgische Nationaliteit “zolang zij in België samenleven”, houdt in dat de vreemdeling en zijn Belgische echtgenoot in België moeten samenleven tot aan de rechterlijke beslissing (1). (1) Cass. 10 feb. 2000, AR C.99.0498.N, AC 2000, nr. 106.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0019.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser,

tegen

S T J,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 oktober 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

1. Krachtens artikel 16, § 2, 1°, Wetboek van de Belgische Nationaliteit, in zijn toepasselijke versie, kan de vreemdeling die huwt met een Belg of wiens echtge-noot gedurende het huwelijk de Belgische nationaliteit verkrijgt, indien de echt-genoten gedurende ten minste drie jaar in België samen hebben verbleven en zolang zij in België samenleven, de Belgische nationaliteit verkrijgen, door over-eenkomstig artikel 15 van dit wetboek een verklaring van nationaliteitskeuze af te leggen voor de ambtenaar van burgerlijke stand.

Het vereiste in voormeld artikel 16, § 2, 1°, Wetboek van de Belgische Nationali-teit "zolang zij in België samenleven" , houdt in dat de vreemdeling en zijn Belgi-sche echtgenoot in België moeten samenleven tot aan de rechterlijke beslissing.

2. Het arrest stelt vast dat:

- de verweerder, van Nigeriaanse nationaliteit, gehuwd is met D S, van Belgische nationaliteit, op 18 april 2008;

- de verweerder op 18 januari 2010 een verklaring van nationaliteitskeuze heeft afgelegd;

- D S in december 2010 de gezinswoning heeft verlaten.

3. Het arrest dat de nationaliteitskeuze van de verweerder inwilligt, hoewel het vaststelt dat de verweerder sinds december 2010 niet meer met zijn Belgische echtgenote samenleefde, schendt artikel 16, § 2, 1°, Wetboek van de Belgische Nationaliteit.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Verkrijging van de Belgische nationaliteit

  • Vreemdeling

  • Belgische echtgenoot

  • Verklaring van nationaliteitskeuze

  • Vereiste van samenleven