- Arrest van 1 maart 2013

01/03/2013 - C.12.0298.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verjaringstermijn bepaald in artikel 34, §2, Wet Landverzekeringsovereenkomst is enkel van toepassing op de vordering van de benadeelde tegen de overheid wanneer die dezelfde verplichtingen heeft als de verzekeraar (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0298.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, met kantoor te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1031 Brussel, Haachtsesteenweg 579/B40,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van 2 september 2011.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 3 december 2012 een schrifte-lijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 10, § 1, eerste lid, WAM 1989 zijn de Staat en de in deze bepaling vermelde overheden niet verplicht een verzekering aan te gaan voor de motorrijtuigen die hun toebehoren of op hun naam zijn ingeschreven.

Krachtens artikel 10, § 1, tweede lid, WAM 1989 dekken zij zelf overeenkomstig deze wet de burgerrechtelijke aansprakelijkheid waartoe het motorrijtuig aanlei-ding kan geven, als er geen verzekering is aangegaan.

Krachtens artikel 10, § 1, tweede lid, WAM 1989 hebben zij jegens de benadeel-den dezelfde verplichtingen als de verzekeraar indien zij niet tot schadevergoe-ding gehouden zijn uit hoofde van hun eigen aansprakelijkheid.

2. Hieruit volgt dat wanneer de overheid zelf aansprakelijk is voor de schade, de benadeelde beschikt over een vorderingsrecht tegen deze overheid op basis van die aansprakelijkheid.

De overheid heeft jegens de benadeelde enkel de verplichtingen van een verzeke-raar wanneer zij zelf niet aansprakelijk is.

3. Krachtens artikel 34, § 2, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst verjaart, behoudens bijzondere wettelijke bepalingen, de vordering die voortvloeit uit het eigen recht van de benadeelde tegen de verzekeraar op grond van artikel 86 Wet Landverzekeringsovereenkomst door verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf het schadeverwekkend feit, of indien er misdrijf is, vanaf de dag waarop dit is ge-pleegd.

4. Hieruit volgt dat de verjaringstermijn bepaald in artikel 34, § 2, Wet Land-verzekeringsovereenkomst enkel van toepassing is op de vordering van de bena-deelde tegen de overheid wanneer die dezelfde verplichtingen heeft als de verze-keraar.

5. De appelrechters oordelen dat:

- de eiser bij vonnis van de politierechtbank te Turnhout van 16 juni 2005 aan-sprakelijk werd gesteld voor het verkeersongeval van 3 maart 2003 wegens een fout van zijn aangestelde;

- de verweerster op 8 september 2008 de eiser verzocht tot betaling van haar uit-gaven die zij heeft gedaan ten voordele van het slachtoffer;

- de eiser voor het in het ongeval betrokken voertuig geen verzekering aanging.

6. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de vordering van de verweerster op grond van de artikelen 34, § 2, en 35, § 3, Wet Landverzekerings-overeenkomst niet verjaard is, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 1 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns B. Deconinck E. Stassijns

Vrije woorden

  • Landverzekeringsovereenkomst

  • Verjaring

  • Verjaringstermijn

  • Verzekeraar

  • Overheid

  • Benadeelde