- Arrest van 4 maart 2013

04/03/2013 - C.11.0675.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden volgt niet dat de terugkeer van het kind niet zomaar automatisch bevolen kan worden, aangezien de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen van toepassing is; het hoogste belang van het kind, voor zijn persoonlijke ontwikkeling, hangt immers af van verschillende individuele omstandigheden, waaronder zijn leeftijd en zijn mate van rijpheid, de aanwezigheid of de afwezigheid van de ouders, de omgeving waarin hij leeft en zijn persoonlijke geschiedenis; om die reden moet elk geval afzonderlijk worden beoordeeld.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0675.F

M. G.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

S. B. B.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 17 juni 2010.

De zaak is bij beschikking van 18 februari 2013 door de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift waarvan een eensluidend afschrift aan dit ar-rest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

(...)

Derde onderdeel

Het arrest stelt dat, aangezien vaststaat dat het hof van beroep, overeenkomstig ar-tikel 11.7 van de Verordening Brussel IIbis, bevoegd is, het voornoemde hof ten gronde uitspraak mag doen over het ‘gezagsrecht' over het kind, en meer bepaald over zijn recht van hoofdverblijf, vermits die beslissing zijn terugkeer naar België tot gevolg kan hebben.

Het arrest beslist, zonder te worden bekritiseerd, dat "de uitoefening van het ou-derlijk gezag [geregeld] wordt door het Belgische recht, d.i. het recht van de Staat op het grondgebied waarvan L. haar gewone verblijfplaats had vóór haar betwiste overbrenging".

Overeenkomstig artikel 374, § 2, vierde lid, Burgerlijk Wetboek oordeelt de rechtbank, wanneer de ouders zoals te dezen niet samenleven en bij gebreke van overeenstemming, over de huisvesting van de kinderen rekening houdend met de concrete omstandigheden van de zaak en met het belang van de kinderen en de ouders.

Zoals het Europees Hof voor de Rechten van de Mens eraan heeft herinnerd in zijn arrest van 6 juli 2010 (arrest van de Grote Kamer, Neulinger en Shuruk tegen Zwitserland, punt 138) volgt uit artikel 8 EVRM dat de terugkeer van het kind niet zomaar automatisch bevolen kan worden, aangezien het Haags Verdrag van 25 oktober 1980 betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ont-voering van kinderen van toepassing is. Het hoogste belang van het kind, voor zijn persoonlijke ontwikkeling, hangt immers af van verschillende individuele omstandigheden, waaronder zijn leeftijd en zijn mate van rijpheid, de aanwezig-heid of de afwezigheid van de ouders, de omgeving waarin hij leeft en zijn per-soonlijke geschiedenis. Om die reden moet elk geval afzonderlijk worden beoor-deeld.

Het arrest stelt dat de verweerster gehuwd is en een tweede kind heeft gekregen in Spanje, dat er bijgevolg geen enkele kans bestaat dat zij zich opnieuw in België zou vestigen en dat het kind, als het bij haar vader in België wordt gehuisvest, slechts sommige weekends en verlengde vakantieperiodes bij haar moeder kan worden gehuisvest, en oordeelt vervolgens dat het hoofdverblijf van het kind bij haar vader "niet in het belang van het kind lijkt te zijn, om de volgende redenen:

- L. is momenteel drie jaar oud, een leeftijd waarop de moederlijke aanwezig-heid en verzorging essentieel zijn voor het veiligheidsgevoel van het kind en voor de opbouw van een stabiele en evenwichtige omgeving;

- sinds haar geboorte verbleef L. voornamelijk bij haar moeder, die dus hoofd-zakelijk heeft ingestaan voor de verzorging van L.; [de eiser] bewijst niet dat hij zich ooit alleen met L. heeft beziggehouden; hij heeft nooit permanent met haar samengewoond aangezien hij, zelfs toen de partijen nog allebei in Brussel woonden, niet 'voltijds' met [de verweerster] wenste samen te wonen;

- in Spanje woont L. thans in een gezin samengesteld uit een koppel en twee kinderen, hetgeen gunstiger lijkt voor haar sociale ontwikkeling, dan dat zij in Brussel zou worden grootgebracht in een eenoudergezin, samengesteld uit de vader alleen, met desgevallend de hulp van diens moeder;

- de verwijdering van L. uit haar moederlijke omgeving, waarin zij nu reeds on-geveer anderhalf jaar vertoeft, om in een ander land te worden toevertrouwd aan een vader met wie ze nooit heeft samengeleefd, waarbij zij haar moeder al-leen tijdens weekends en vakanties kan zien, vormt een groot risico op een ernstig trauma van het kind".

Door die overwegingen, die te maken hebben met het belang van het kind en niet uitsluitend met het tijdsverloop sinds de onwettige overbrenging van het kind, verantwoordt het arrest naar recht zijn beslissing om de aanvraag tot hoofdverblijf van de eiser en bijgevolg de vraag tot de terugkeer van het kind naar België te weigeren.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

In tegenstelling tot eisers voorstel, hoeft er geen prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te worden gesteld vermits het antwoord niet dienstig is voor het onderzoek van dit onderdeel.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 4 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Hoofdverblijf

  • Ontvoering van een kind naar het buitenland

  • Terugkeer in België van een onwettelijk overgebracht kind

  • Belang van het kind

  • Beoordeling door de rechter

  • Criteria