- Arrest van 12 maart 2013

12/03/2013 - P.12.0852.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de enkele omstandigheid dat de strafrechter die oordeelt over de gegrondheid van de strafvordering, eerder ten aanzien van dezelfde beklaagde besliste over diens verzoek tot voorlopige invrijheidstelling kan geen miskenning van het recht op een onpartijdige rechterlijke instantie worden afgeleid (1). (1) Cass. 21 okt. 1992, AR nr. 81, AC 1991-1992, nr. 681; Cass. 26 april 1994, AR P.94.0358.N, AC 2004, nr. 201 en de noot M.D.S.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0852.N

1. R G,

beklaagde,

2. N M L,

beklaagde,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 maart 2012.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van onpartijdigheid van de rechter: het arrest werd uitgesproken door de achtste kamer van het hof van beroep te Gent, waarvan twee raadsheren eerder uitspraak hadden gedaan over eisers verzoek tot voorlopige in-vrijheidstelling; uit de motieven van het arrest dat uitspraak doet over dit verzoek, blijkt duidelijk dat deze raadsheren van oordeel waren dat er ernstige schuldaan-wijzingen waren ten aanzien van de eiser, dat er sprake was van een gevaarlijke geestesgesteldheid, dat zijn verdere vrijheidsberoving volstrekt noodzakelijk was en dat er gevaar was dat de eiser zich niet alleen aan het verder optreden van het gerecht zou onttrekken, maar ook aan de uitvoering van de uitgesproken straf; de-ze beschouwingen laten blijken dat beide raadsheren ervan uitgaan dat de eiser de hem ten laste gelegde feiten pleegde; deze omstandigheden konden bij de eiser en bij uitbreiding ook bij de eiseres gewettigde verdenking wekken aangaande de ge-schiktheid van het hof van beroep om de zaak op een onpartijdige wijze te berech-ten.

2. Uit de enkele omstandigheid dat de strafrechter die oordeelt over de ge-grondheid van de strafvordering, eerder ten aanzien van dezelfde beklaagde be-sliste over diens verzoek tot voorlopige invrijheidstelling kan geen miskenning van het recht op een onpartijdige rechterlijke instantie worden afgeleid.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

3. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 123,86 euro.

F. Adriaensen

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem G. Jocqué L. Van hoogenbemt

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 12 maart 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Onpartijdige rechterlijke instantie

  • Beslissing over een verzoek tot voorlopige invrijheidstelling

  • Beoordeling van de gegrondheid van de strafvordering

  • Zelfde strafrechter