- Arrest van 19 maart 2013

19/03/2013 - P.13.0337.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het aan de onderzoeksgerechten opgedragen wettigheidstoezicht heeft betrekking op de formele geldigheid van de akte, met name of zij gemotiveerd is en of zij in overeenstemming is met de internationale rechtsnormen die rechtstreekse werking hebben in de interne rechtsorde en met de Vreemdelingenwet; dat toezicht houdt eveneens in dat wordt nagegaan of de door de bestuurlijke overheid aangevoerde feiten zich werkelijk hebben voorgedaan en met de werkelijkheid overeenstemmen; de rechter onderzoekt daarbij of de beslissing steunt op een redengeving zonder kennelijke beoordelingsfout of feitelijke vergissing.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0337.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Staatssecretaris voor Asiel en Migratie, voor wie optreedt de federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken, Al-gemene Directie Vreemdelingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerp-sesteenweg 59 B,

ambtshalve tussenkomende partij,

eiser,

met als raadsman mr. Carmenta Decordier, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

I S,

vreemdeling,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 14 februari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 72, tweede lid, Vreemdelingen-wet: het arrest spreekt zich ten onrechte uit over de gepastheid van de beslissing van 25 januari 2013 tot heropsluiting van de verweerder.

2. Krachtens artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet onderzoekt het onder-zoeksgerecht of de maatregelen van vrijheidsberoving of tot verwijdering van het grondgebied in overeenstemming zijn met de wet, zonder zich te mogen uitspre-ken over hun gepastheid.

3. Het aan de onderzoeksgerechten opgedragen wettigheidstoezicht heeft be-trekking op de formele geldigheid van de akte, met name of zij gemotiveerd is en of zij in overeenstemming is met de internationale rechtsnormen die rechtstreekse werking hebben in de interne rechtsorde en met de Vreemdelingenwet.

Dat toezicht houdt eveneens in dat wordt nagegaan of de door de bestuurlijke overheid aangevoerde feiten zich werkelijk hebben voorgedaan en met de werke-lijkheid overeenstemmen. De rechter onderzoekt daarbij of de beslissing steunt op een redengeving zonder kennelijke beoordelingsfout of feitelijke vergissing.

4. Met bevestiging van de beroepen beschikking van de raadkamer te Kortrijk van 1 februari 2013, oordeelt het arrest dat de maatregel van 25 januari 2013 tot heropsluiting van de verweerder onwettig is op grond dat:

"Deze wettigheidscontrole bevat onder meer de toetsing van de omstreden beslis-sing van 16 januari 20(1)3 om het grondgebied te verlaten met inreisverbod en vasthouding met het oog op verwijdering aan: - art. 62 va(n) de vreemdelingenwet - art.2, 3, 5, 6 van de wet op de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen dd. 29 juli 1991 ;

Waar in de bestreden beschikking bijna enkel gerefereerd wordt naar het verleden met name naar de feiten en beslissingen van 10 jaar geleden en er weinig aandacht geschonken wordt aan - en geen rekening gehouden wordt met de gewijzigde omstandigheden en zeer gunstige evolutie (zie o.m. met de toekenning van het herstel in eer en rechten aan verzoeker door de Kamer van Inbeschuldigingstelling van Gent dd. 22 oktober 2012), voldoet deze beslissing niet meteen aan de wettelijke motiveringsplicht.

Immers door "afdoende motivering" wordt bedoeld elke [motivering] die in rede-lijkheid de genomen beslissing schraagt, die gesteund is op werkelijke actuele feiten en die bovendien proportioneel is ten aanzien van het nagestreefde doel. De bestreden beslissing voldoet hier niet aan. (...)".

5. Met die redenen beoordeelt het arrest in werkelijkheid de gepastheid van de bedoelde beslissing tot heropsluiting en verantwoordt het de beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Eerste en derde middel

6. De middelen die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoe-ven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 704,49 euro waarvan 101,97 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 19 maart 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Vrije woorden

  • Vreemdelingenwet

  • Maatregelen van vrijheidsberoving of tot verwijdering van het grondgebied

  • Wettigheidstoezicht door de onderzoeksgerechten

  • Draagwijdte