- Arrest van 10 april 2013

10/04/2013 - P.12.1960.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens de artikelen 13 en 40 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken is de eenheid van taal van een akte van rechtspleging alleen vereist voor de vermeldingen die voor de regelmatigheid van de akte zijn vereist (1). (1) B. DEJEMEPPE, 'Le territoire des langues et la justice', in Liber amicorum H.D. BOSLY, Brussel, Larcier, Die Keure 2009, p. 163.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1960.F

J. D.,

Mr. Magda Vandebotermet, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 15 november 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de met toepassing van de ar-tikelen 135, § 2, en 235bis Wetboek van Strafvordering gewezen beslissingen

Eerste middel

De eiser voert vooreerst aan dat het arrest met toepassing van de artikelen 13 en 40 Taalwet Gerechtszaken de beroepen beschikking nietig had moeten verklaren, aangezien die niet uitsluitend in het Frans was gesteld.

Krachtens die bepalingen is de eenheid van taal van een akte van rechtspleging al-leen vereist voor de vermeldingen die voor de regelmatigheid van de akte zijn vereist.

De voormelde beschikking vermeldt in het Nederlands de verschillende omschrij-vingen waarvoor, volgens de klacht van de burgerlijke partijen, de feiten waarvan zij zich slachtoffer achtten, in aanmerking komen.

Het arrest, dat oordeelt dat de beslissing niet gegrond is op de aanvankelijk door de burgerlijke partijen in aanmerking genomen omschrijvingen maar op die van het openbaar ministerie en van de raadkamer, schendt de aangevoerde bepalingen niet, aangezien de vermeldingen waarop kritiek wordt uitgeoefend geen gevolgen hebben voor de regelmatigheid van de akte.

Het middel voert ook aan dat het arrest de bewijskracht van de akten miskent, door te ontkennen dat de beschikking vermeldt dat er in de oorspronkelijke klacht geen corruptie ten laste is gelegd, hoewel dat wel degelijk het geval is.

Door te oordelen dat de beroepen beschikking niet gegrond is op de omschrijvin-gen van de oorspronkelijke klacht, geeft het arrest, dat alleen verwijst naar de om-schrijvingen in het Nederlands, van die akte geen uitlegging die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep, in zoverre het gericht is tegen de beslissing die uitspraak doet over het hoger beroep betreffende het bestaan van voldoende aanwijzingen van schuld.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 10 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bij-stand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van Luc Van hoogenbemt en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Taal van de rechtspleging

  • Arrest bevat vermeldingen in een andere taal

  • Beginsel van de eenheid van taal