- Arrest van 11 april 2013

11/04/2013 - C.11.0575.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het cassatieberoep is niet ontvankelijk wanneer het, bij de overlegging van het verzoekschrift op de griffie van het Hof, is ingesteld door het Waalse gewest, vertegenwoordigd door zijn regering in de persoon van de minister die niet bevoegd is voor de aangelegenheid van het aan de feitenrechter voorgelegde geschil (1). (1) Zie Cass. 4 sept. 2008, AR F.06.0133.F, AC 2008, nr. 449.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0575.F

WAALS GEWEST,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. TRAVAUX DE MOUSCRON nv,

2. COLAS BELGIUM nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

3. V., advocaat, handelend in de hoedanigheid van curator in het faillissement van de naamloze vennootschap Alusign,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg van 10 februari 2011.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Betreffende het door de verweersters tegen het cassatieberoep opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid: het cassatieberoep is niet ingesteld door het bevoegde orgaan van het Waalse Gewest:

Volgens artikel 82 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen vertegenwoordigt de regering het Gewest in gerechtelijk en buitenge-rechtelijke akten, en de rechtsgedingen als eiser of als verweerder, worden ge-voerd namens de regering, ten verzoeke van het door die regering aangewezen lid.

Krachtens artikel 13, eerste lid, 11°, van het besluit van 17 juli 2009 van de Waal-se regering tot regeling van de werking van de regering worden aan elke minister, elk wat zijn bevoegdheden betreft, machtigingen verleend voor de rechtsvorderin-gen ingesteld als eiser en als verweerder in naam van de Waalse regering.

Artikel 2 van het besluit van 17 juli 2009 van de Waalse regering tot vaststelling van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de onder-tekening van haar akten bepaalt de bevoegdheden van de minister-president van de Waalse regering, maar verleent hem geen bevoegdheid voor de aangelegenheid - met name openbare werken - van het aan de feitenrechter voorgelegde geschil.

Het Waalse Gewest wordt volgens het cassatieverzoekschrift "vertegenwoordigd door zijn regering" en volgens het betekeningsexploot van dat verzoekschrift "door zijn regering, in de persoon van zijn voorzitter".

Noch uit die akten noch uit de bij de memorie van antwoord gevoegde stukken noch uit de andere stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, volgt dat het cassatieberoep, bij de overlegging van het verzoekschrift op de griffie van het Hof, is ingesteld door het Waalse gewest, vertegenwoordigd door zijn regering in de persoon van de minister die bevoegd is voor de aangelegenheid van het aan de feitenrechter voorgelegde geschil.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Mireille Delange, Marie-Claire Ernotte en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 11 april 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Gewest

  • Waals Gewest

  • Rechtshandeling als eiser of als verweerder

  • Cassatieverzoekschrift

  • Vertegenwoordiging van het gewest door zijn regering

  • Delegatie aan de minister die niet bevoegd is voor de aangelegenheid van het aan de feitenrechter voorgelegde geschil

  • Ontvankelijkheid