- Arrest van 15 april 2013

15/04/2013 - S.11.0082.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een vonnis dat is aangetast door een tegenstrijdigheid die niet toelaat met zekerheid te bepalen welke betekenis aan een bepaalde beslissing moet worden gegeven heeft met betrekking tot die beslissing geen gezag van gewijsde; de beslissing waarbij de ondergeschikte vordering van de eiser ten gronde wordt afgewezen om reden dat de rechter geen uitspraak mag doen over niet gevorderde zaken en zich aan het voorwerp van de vordering moet houden is aangetast door een tegenstrijdigheid die niet toelaat met zekerheid te bepalen welke betekenis aan die beslissing moet worden gegeven.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0082.N

W.W.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

KLERKS PLASTIC RECYCLING nv, met zetel te 2320 Hoogstraten, Sint-Lenaartseweg 26,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kan-toor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweer-ster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen van 17 januari 2011.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Tweede onderdeel

1. Een vonnis dat is aangetast door een tegenstrijdigheid die niet toelaat met zekerheid te bepalen welke betekenis aan een bepaalde beslissing moet worden gegeven, heeft met betrekking tot die beslissing geen gezag van gewijsde.

2. De arbeidsrechtbank te Turnhout beslist in haar vonnis van 10 maart 2008 met betrekking tot de door de eiser in dit geding gevorderde concurrentievergoe-ding ten bedrage van 173.764, 82 euro dat:

- de eiser deze vordering in ondergeschikte orde instelt voor het geval de recht-bank van oordeel zou zijn dat hijzelf de arbeidsovereenkomst zou hebben beëindigd;

- de rechtbank geen uitspraak mag doen over niet gevorderde zaken en zich aan het voorwerp van de vordering moet houden;

- aan de rechtbank de vraag niet wordt voorgelegd of de eiser de ar-beidsovereenkomst heeft beëindigd;

- bedoeld onderdeel van de vordering derhalve ongegrond is.

3. Voormelde beslissing waarbij de ondergeschikte vordering van de eiser ten gronde wordt afgewezen om reden dat de rechter geen uitspraak mag doen over niet gevorderde zaken en zich aan het voorwerp van de vordering moet houden, is aangetast door een tegenstrijdigheid die niet toelaat met zekerheid te bepalen wel-ke betekenis aan die beslissing moet worden gegeven.

De appelrechters die de vordering van de eiser in betaling van een concurrentie-vergoeding ten bedrage van 173.764, 82 euro afwijzen op grond van het gezag van gewijsde van die beslissing, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Tweede middel

Eerste onderdeel

Eerste subonderdeel

4. De appelrechters, die vaststellen dat de eiser de bevestiging vorderde van het bestreden vonnis zowel wat de toegekende compensatoire vergoeding betreft als wat betreft de toegekende "pro rata bonus 2007", verklaren de "vorderingen" van de eiser niet-toelaatbaar zonder te motiveren waarom zij ook de vordering in-zake de "pro rata bonus 2007" als niet-toelaatbaar afwijzen.

Het subonderdeel is gegrond.

Overige grieven

5. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvanke-lijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 15 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman A. Lievens

K. Mestdagh A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Vonnis

  • Tegenstrijdigheid