- Arrest van 17 april 2013

17/04/2013 - P.13.0148.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

In de regel volstaat een positieve en bewuste daad die aan de uitvoering van een misdaad of wanbedrijf voorafgaat om strafbare deelneming op te leveren wanneer het misdrijf zonder die daad niet had kunnen worden gepleegd; de omstandigheid dat de dader ervan niet fysiek aan de feiten wenste deel te nemen en dat hij zich van de feiten wilde losmaken, geldt niet als vrijwillige afstand, die voor de dader van een poging tot misdaad of wanbedrijf erin bestaat om spontaan een einde te maken aan zijn opzet, vóór de voltooiing van het misdrijf (1). (1) Zie Cass. 10 mei 2005, AR P.05.0122.N, AC 2005, nr. 271.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0148.F

A. K. M.,

Mr. Damien Holzapfel, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, correctionele kamer, van 21 december 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Eerste middel

Het middel, dat de schending aanvoert van artikel 66 Strafwetboek, verwijt het arrest dat het de wil van de eiser om zich aan te sluiten bij of deel te nemen aan de feiten waaraan hij in de hoedanigheid van mededader schuldig is verklaard, niet naar recht vaststelt.

In de regel volstaat een positieve en bewuste daad die aan de uitvoering van een misdaad of wanbedrijf voorafgaat, om de strafbare deelneming te gronden, wan-neer het misdrijf zonder die daad niet kon zijn gepleegd.

Het arrest vermeldt dat de eiser na verkenning aan zijn kompaan heeft laten weten dat hij niet langer in persoon aan het vervolg van de onderneming wenste deel te nemen en dat hij zich wou terugtrekken uit de geplande overval op het begeerde bankkantoor.

Het oordeelt dat de eiser aan de betrokkene diezelfde dag nog een tas heeft terug-gegeven met een koevoet, een hamer, twee pruiken, twee telefoons en twee oortjes en hem twee kogelvrije vesten die hem toebehoorden heeft doorverkocht in de wetenschap dat betrokkene de bedoeling had met de zaak door te gaan.

Het hof van beroep verantwoordt aldus zijn beslissing naar recht dat de eiser de feiten "met hulp en bijstand" had gepleegd, in de zin van artikel 66 Strafwetboek, waarvan het arrest, met bevestiging van het beroepen vonnis, de bewoordingen overneemt.

Voor het overige levert de omstandigheid waarop de appelrechters hebben gewe-zen, met name dat de eiser niet zelf fysiek aan de feiten heeft willen deelnemen en dat hij daarvan afstand wilde nemen, geen vrijwillige afstand op die voor de da-der van een poging tot misdaad of wanbedrijf erin bestaat zijn opzet, vóór de tenuitvoerlegging van het misdrijf, spontaan te laten varen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Het middel betwist dat de eiser kennis had van de wil van zijn kompaan om met het plan dat zij aanvankelijk samen hadden bedacht door te gaan.

Enerzijds is het middel niet ontvankelijk, in zoverre het opkomt tegen de bewijs-waardering van de appelrechters, die van feitelijke aard is, of het Hof noopt om gegevens uit het dossier na te gaan, waarvoor het niet bevoegd is.

Anderzijds is voor mededaderschap aan een misdaad of wanbedrijf enkel vereist dat een in artikel 66 Strafwetboek bepaalde daad wordt gesteld, met het oogmerk om wetens en willens mee te werken aan het misdrijf dat door een derde wordt of zal worden gepleegd.

In zoverre het middel aanvoert dat de mededader geweten moet hebben dat het misdrijf werd gepleegd, voegt het aan het voormelde artikel 66 een voorwaarde toe die daarin niet is bepaald en faalt het bijgevolg naar recht.

In zoverre het middel ten slotte de miskenning van de bewijskracht aanvoert van akten waarnaar het arrest niet verwijst, mist het feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 17 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Mededader

  • Voorwaarden

  • Vrijwillige afstand