- Arrest van 30 april 2013

30/04/2013 - P.13.0634.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafuitvoeringsrechtbank die het verzoek tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit als onontvankelijk afwijst omdat de verzoeker niet in de tijdsvoorwaarden verkeert om een dergelijk verzoek te formuleren, is niet verplicht in haar vonnis de datum te bepalen waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen of de datum te bepalen waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen omdat in dat geval deze termijn immers door de wet zelf wordt bepaald.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0634.N

O B,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd,

eiser,

met als raadsman mr. Karel Claes, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel, van 27 maart 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 57 Wet Strafuitvoering: het von-nis oordeelt dat eisers verzoeken om hem beperkte detentie en elektronisch toe-zicht toe te kennen onontvankelijk zijn maar laat na de datum te bepalen waarop hij een nieuw verzoek kan indienen of waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen; de wet maakt geen onderscheid tussen het niet toekennen van een ver-zochte strafuitvoeringsmodaliteit omwille van onontvankelijkheid, dan wel onge-grondheid van het verzoek.

2. Artikel 57, eerste lid, Wet Strafuitvoering schrijft voor: "Indien de strafuit-voeringsrechtbank de verzochte strafuitvoeringsmodaliteit niet toekent, bepaalt zij in haar vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen of de datum waarop de directeur een nieuw advies moet uitbrengen."

3. Deze bepaling wil vermijden dat de verzoeker in het ongewisse wordt gela-ten over de termijn.

4. Artikel 23, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt: "De beperkte detentie en het elektronisch toezicht kunnen worden toegekend aan de veroordeelde die:

1° zich, op zes maanden na, in de tijdsvoorwaarden bevindt voor de toekenning van de voorwaardelijke invrijheidstelling, of

2° veroordeeld is tot één of meer vrijheidsstraffen waarvan het uitvoerbare gedeelte niet meer dan drie jaar bedraagt.

De veroordeelde dient bovendien te voldoen aan de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 28, § 1, of, in voorkomend geval, bij de artikelen 47, § 1, en 48, § 2. Vier maanden voordat de veroordeelde die gedetineerd is zich in de bij § 1, 1°, bepaalde tijdsvoorwaarde bevindt, licht de directeur hem schriftelijk in over de mogelijkheid tot het aanvragen van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht.

De veroordeelde kan vanaf dat moment een schriftelijk verzoek tot toekenning van een beperkte detentie of een elektronisch toezicht indienen, overeenkomstig de ar-tikelen 29 en 49."

5. Hieruit volgt dat de strafuitvoeringsrechtbank die het verzoek tot toeken-ning van een strafuitvoeringsmodaliteit als onontvankelijk afwijst omdat de verzoeker niet in de tijdsvoorwaarden verkeert om een dergelijk verzoek te formuleren, niet verplicht is in haar vonnis de datum te bepalen waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen of de datum te bepalen waarom de directeur een nieuw advies moet uitbrengen. In dat geval wordt deze termijn immers door de wet zelf bepaald.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 6,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 30 april 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwe-zigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis P. Hoet

A. Bloch G. Jocqué P. Maffei

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Verzoek tot toekenning van een strafuitvoeringsmodaliteit

  • Verzoeker niet in de tijdsvoorwaarden

  • Beslissing van niet-ontvankelijkheid

  • Geen verplichting om in vonnis datum te bepalen waarop nieuw verzoek kan ingediend of nieuw advies kan uitgebracht worden