- Arrest van 3 mei 2013

03/05/2013 - C.12.0378.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de schade is veroorzaakt door de samenlopende fouten van verschillende personen, staat het aan de rechter om, in de verhouding tussen degenen die deze fouten hebben begaan, te oordelen in welke mate de fout van ieder van hen heeft bijgedragen tot de schade en op basis daarvan het aandeel te bepalen dat een van de daders die de schadelijder heeft vergoed, van de anderen kan terugvorderen (1). (1) Het O.M. concludeerde tot verwerping gezien het van oordeel was dat het eerste middel het Hof noopte tot een onderzoek van feiten, waarvoor het niet bevoegd is.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0378.N

D.V.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kan-toor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

L.G.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 5 april 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Krachtens artikel 1251, 3°, Burgerlijk Wetboek geschiedt de indeplaatsstel-ling van rechtswege ten voordele van hem die, met anderen of voor anderen tot betaling van een schuld gehouden zijnde, er belang bij had deze te voldoen.

2. Wanneer de schade is veroorzaakt door de samenlopende fouten van ver-schillende personen, staat het aan de rechter om, in de verhouding tussen degenen die deze fouten hebben begaan, te oordelen in welke mate de fout van ieder van hen heeft bijgedragen tot de schade en op basis daarvan het aandeel in de schade te bepalen dat een van de daders die de schadelijder heeft vergoed, van de anderen kan terugvorderen.

De rechter kan reeds vooraleer de benadeelde werd vergoed, een tussen de mede-daders op subrogatie gesteunde vrijwaringsvordering inwilligen op voorwaarde van een daadwerkelijke betaling.

3. De appelrechters die oordelen dat de partijen solidair met Paul Van Den Heuvel gehouden zijn om de schade van de Belgische Staat te vergoeden en de vrijwaringsvordering van de eiser tegen de verweerder ongegrond verklaren omdat tussen hen geen interne taakverdeling bewezen is en zij in gelijke mate bijgedragen hebben tot de schade van de Belgische Staat, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vrijwaringsvordering van de eiser en de hieraan verbonden kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en raadsheer Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 3 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols

B. Wylleman

G. Jocqué

B. Deconinck

E. Stassijns

E. Dirix

Vrije woorden

  • Taak van de rechter

  • Dader die de schadelijder heeft vergoed

  • Terugvordering

  • Aandeel