- Arrest van 10 mei 2013

10/05/2013 - C.12.0371.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Bosaanplanting in de volgens het gewestplan voor de landbouw bestemde gedeelten van het grondgebied is wettelijk niet uitgesloten op voorwaarde dat een afstand van zes meter gelaten wordt tot de scheidingslijn tussen twee erven en dat het college van burgemeester en schepenen vergunning verleent (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0371.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, met kantoor te 1000 Brussel, Koolstraat 35,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. W S, in eigen naam en in hoedanigheid van wettige erfgenaam van G V,

2. A S, in haar hoedanigheid van wettige erfgenaam van G V,

3. G S, in haar hoedanigheid van wettige erfgenaam van G V,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweer-ders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 20 februari 2012.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 22 april 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid

1. De verweerders werpen op dat het middel nieuw en mitsdien niet ontvanke-lijk is.

2. Uit de syntheseappelconclusie van de verweerder en de rechtsvoorgangster van de verweerders blijkt dat zij inzake de door hen aangevoerde strijdigheid van de voorgenomen bebossing met het gewestplan en derhalve met de strafwet en de openbare orde, stelden dat de verwijzing door de eiser naar artikel 35bis Veldwet-boek ondoelmatig was, zodat moet aangenomen worden dat het bepaalde in voormeld artikel 35bis Veldwetboek in het debat was voor de appelrechters.

3. De grond van niet-ontvankelijkheid van het middel moet worden verwor-pen.

Gegrondheid

4. Krachtens artikel 2 koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen kan het landelijk gebied worden onderverdeeld in agrarische gebieden, bosgebieden en groengebieden.

Artikel 11.4.1 van dit koninklijk besluit bepaalt: "De agrarische gebieden zijn be-stemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden."

Artikel 35bis Veldwetboek, dat in de voorgaande bepaling wordt bedoeld, bepaalt in paragraaf 5 dat in de voor landbouw bestemde gedeelten van het grondgebied bosaanplanting verboden is op minder dan zes meter van de scheidingslijn tussen twee erven en dat bovendien vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist is.

5. Uit deze bepalingen volgt dat bosaanplanting in de volgens het gewestplan voor de landbouw bestemde gedeelten van het grondgebied wettelijk niet uitgesloten is op voorwaarde dat een afstand van zes meter gelaten wordt tot de scheidingslijn tussen twee erven en dat het college van burgemeester en schepenen vergunning verleent.

6. De appelrechters die vaststellen dat voor de opzegging als doeleinde van al-gemeen belang werd aangegeven "dat de verpachte gronden aangewend zouden worden voor het behoud, het herstel en de versterking van het landschap en de boskern rond domein Elsenbos", vermochten op de enkele grond dat de verpachte percelen in het gewestplan in agrarisch gebied ingekleurd staan niet zonder schen-ding van artikel 35bis Veldwetboek te oordelen dat de opzegging een onrechtma-tig belang nastreefde en derhalve ongeldig en van geen waarde was.

Het middel is gegrond.

Dictum,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en op de openbare rechtszitting van 10 mei 2013 uitgesproken door af-delingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky K. Mestdagh A. Smetryns

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Veldwetboek

  • Bossen

  • Bosaanplanting

  • Ruimtelijke ordening

  • Plan van aanleg