- Arrest van 14 mei 2013

14/05/2013 - P.12.1317.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De inleiding van de herstelvordering bij het parket per gewone brief is geen substantiële vormvoorwaarde; het volstaat dat de herstelvorderende overheid duidelijk en ondubbelzinnig haar wil laat kennen om het herstel te vorderen (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1317.N

THINK MEDIA OUTDOOR nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Oudeleeuwen-rui 8 bus 12,

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Jan Ghysels, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN SCHEPENEN VAN DE STAD ANTWERPEN, met kantoor te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1,

eiser tot herstel,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 20 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft op 26 april 2013 een schrifte-lijke conclusie ter griffie neergelegd.

Op de openbare rechtszitting van 14 mei 2013 heeft raadsheer Filip Van Volsem verslag uitgebracht en voormelde eerste advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest spreekt de eiseres vrij voor de feiten der telastlegging A.III.

In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Middel

Eerste onderdeel

2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 6.1.41, § 4, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het arrest oordeelt ten onrechte dat de herstelvorderingen omtrent de Mosselstraat-Sloepenweg (telastlegging A.I) en omtrent de Rijnkaai-Amsterdamstraat (telastlegging A.IV en B.II) ontvankelijk zijn; het herstel moet worden gevorderd en dit dient te gebeuren met een brief van de herstelvorderende overheid aan het parket; door aan het strafdossier enkel col-legebeslissingen te voegen met de adviezen van de Hoge Raad voor het Herstelbe-leid, wordt geen herstel gevorderd; het arrest beantwoordt de door de eiseres op dit punt in haar conclusie aangevoerde argumenten niet.

3. Artikel 6.1.41, § 4, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de herstelvordering bij het parket wordt ingeleid bij gewone brief, in naam van het Vlaamse Gewest of van het college van burgemeester en schepenen en de aange-stelden van het college van burgemeester en schepenen.

De inleiding van de herstelvordering bij het parket per gewone brief is geen sub-stantiële vormvoorwaarde. Het volstaat dat de herstelvorderende overheid duide-lijk en ondubbelzinnig haar wil laat kennen om het herstel te vorderen.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

4. Met de redenen die het bevat, beantwoordt het arrest (p. 23) het verweer van de eiseres en verantwoordt het de beslissing dat de herstelvorderingen ontvankelijk zijn, naar recht.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

5. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 6.2.1 en 6.1.41 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening: het arrest verklaart de her-stelvorderingen, niettegenstaande die niet werden overgeschreven, ten onrechte ontvankelijk; niet alleen de dagvaarding, maar ook de herstelvordering zelf moet worden overgeschreven in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen zijn gelegen.

6. Het onderdeel preciseert niet hoe en waardoor het arrest artikel 149 Grond-wet schendt.

In zoverre is het onderdeel bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.

7. Artikel 6.2.1, eerste lid, eerste zin, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de dagvaarding voor de correctionele rechtbank op grond van artikel 6.1.1, of het exploot tot inleiding van het geding, vermeld in de artikelen 6.1.41 tot en met 6.1.43, pas ontvankelijk zijn na overschrijving in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen gelegen zijn.

8. Uit zowel de tekst van deze bepaling, die geen melding maakt van de her-stelvordering, als uit de doelstelling ervan, namelijk de bescherming van derden, volgt dat voor de strafgerechten alleen de dagvaarding en niet de herstelvordering zelf moet worden overgeschreven in het hypotheekkantoor van het gebied waar de goederen gelegen zijn.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 138,11 euro.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 14 mei 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Inleiding van de herstelvordering

  • Vormvoorwaarden