- Arrest van 3 juni 2013

03/06/2013 - S.10.0146.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een groothandel in bouwmaterialen ressorteert niet onder het paritair comité voor het bouwbedrijf wanneer uit de bevoegdheidsomschrijving van een ander paritair comité volgt dat de onderneming onder dat ander paritair comité valt omwille van de specifieke aard van de verhandelde bouwmaterialen zoals de grondstof waaruit zij zijn vervaardigd; de bijzondere karakteristieken van de verhandelde bouwmaterialen en niet de door de werknemers verrichte werkzaamheden zijn aldus bepalend om na te gaan of de betrokken onderneming toch niet onder een ander paritair comité valt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0146.N

PLASTIEK VAN WAUWE bvba, met zetel te 2100 Deurne, Oude Bosuilbaan 43,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 30 april 2010.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 1, eerste lid, a), van het KB van 4 maart 1975 tot oprich-ting en tot vaststelling van de benaming en de bevoegdheid van het paritair comité voor het bouwbedrijf en tot vaststelling van het aantal leden ervan is het paritair comité voor het bouwbedrijf onder meer bevoegd voor de ondernemingen waar-van de gewone activiteiten bestaan in de groothandel in nieuwe en/of gerecupe-reerde bouwmaterialen, met uitzondering van die ondernemingen waarvan de te-werkgestelde arbeiders omwille van de specifieke aard van de verhandelde bouwmaterialen onder een ander paritair comité ressorteren.

Onder groothandel in bouwmaterialen wordt daarbij verstaan: aankopen, verko-pen, vervoeren, op voorraad houden, verpakken en alle andere activiteiten die met handeldrijven in bouwmaterialen verband houden, terwijl onder bouwmaterialen wordt verstaan: de grondstoffen, afgewerkte materialen, benodigdheden voor het optrekken, onderhouden of herstellen van bouwwerken.

2. Uit die bepalingen volgt dat een groothandel in bouwmaterialen niet onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteert wanneer uit de bevoegdheids-omschrijving van een ander paritair comité volgt dat de onderneming onder dat ander paritair comité valt omwille van de specifieke aard van de verhandelde bouwmaterialen, zoals de grondstof waaruit zij zijn vervaardigd. De bijzondere karakteristieken van de verhandelde bouwmaterialen en niet de door de werkne-mers verrichte werkzaamheden, zijn aldus bepalend om na te gaan of de betrokken onderneming toch niet onder een ander paritair comité ressorteert.

3. Het arrest stelt vooreerst vast dat de eiseres een groothandel in kunststof-producten als hoofdactiviteit heeft, waarbij het merendeel van de verhandelde producten bestemd zijn voor de uitoefening van bouwactiviteiten en dus als bouwmaterialen moeten worden beschouwd.

Het overweegt verder dat de eiseres enkel niet onder het paritair comité voor het bouwbedrijf zal ressorteren wanneer de in de onderneming tewerkgestelde werk-nemers omwille van de specifieke aard van de verhandelde bouwmaterialen onder een ander paritair comité ressorteren, en oordeelt dat deze bepaling zo moet wor-den begrepen dat de tewerkgestelde werknemers omwille van de specifieke aard van de verhandelde bouwmaterialen andere werkzaamheden moeten uitvoeren dan die welke gebruikelijk worden uitgevoerd door werknemers die werken in een onderneming die bouwmaterialen verhandelt die geen specifieke aard hebben.

Vervolgens stelt het arrest vast dat de specifieke aard van de verhandelde kunst-stofproducten niet meebrengt dat de activiteiten die door de arbeiders van de eise-res moeten worden uitgevoerd, verschillen van de activiteiten die worden uitge-voerd door arbeiders die bij een andere groothandel in bouwmaterialen werken.

Het beslist op die grond dat het vaststaat dat de eiseres onder de bevoegdheid van het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteert en de aanvoering door de eise-res dat zij onder het paritair comité voor de scheikundige nijverheid valt, niet moet worden onderzocht.

4. Het arrest dat aldus niet onderzoekt of eiseres' groothandel ingevolge de specifieke aard van de verhandelde bouwmaterialen niet onder de bevoegdheids-omschrijving van het paritair comité voor de scheikundige nijverheid valt, maar de bevoegdheid van dit paritair comité uitsluit op grond van de werkzaamheden die door de werknemers gebruikelijk worden verricht, verantwoordt zijn beslissing dat de eiseres onder de bevoegdheid van het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteert niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Mireille Delange en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 3 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols A. Lievens M. Delange

K. Mestdagh B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Bouwbedrijf

  • Criterium

  • Activiteit van de onderneming

  • Uitzondering