- Arrest van 11 juni 2013

11/06/2013 - P.12.1402.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 23 koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen bevat geen nietigheidssanctie en heeft niet als doel de betrouwbaarheid van het bewijs te waarborgen; geen enkele wetsbepaling verplicht de politie de verdachte die zij aan een ademtest of ademanalyse wil onderwerpen, op de hoogte te brengen van zijn recht een wachttijd te vragen van 15 minuten (1). (1) Zie Cass. 19 dec. 2000, AR P.99.0199.N, AC 2000, nr. 707.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1402.N

P J L G,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Willy Moors, advocaat bij de balie te Mechelen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctione-le rechtbank te Leuven van 28 juni 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 59, § 3, Wegverkeerswet en miskenning van het recht van verdediging: het bestreden vonnis oordeelt onterecht dat de door de verbalisanten gedane vaststellingen rechtmatig zijn en de telastleg-gingen bewezen; nadat de eiser een geldige ademtest en vervolgens een geldige ademanalyse onderging, werd hem ten onrechte een tweede ademanalyse opge-legd; de eiser werd tweemaal gevraagd of hij nog een tweede ademanalyse wens-te, terwijl uit niets blijkt dat de wettelijke mogelijkheden door de verbalisanten aan hem werden ter kennis gebracht; de strafbare alcoholintoxicatie en dronken-schap werden niet wettelijk en dus met miskenning van het recht van verdediging vastgesteld; de appelrechters mochten met de resultaten ervan dan ook geen reke-ning houden.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de appelrechters heeft aangevoerd dat hem ten onrechte een tweede adem-analyse werd afgenomen.

Het onderdeel is nieuw, mitsdien niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 35 en 38, § 11, Wegverkeerswet: met bevestiging van het beroepen vonnis ver-klaart het bestreden vonnis de telastlegging C, dronken sturen, bewezen; deze be-slissing is niet gemotiveerd; het bewijs van die telastlegging kan niet alleen afge-leid worden uit een vastgestelde alcoholgehalte bij een ademanalyse; de uitwendi-ge tekens bij de eiser waren onvoldoende om deze telastlegging bewezen te ver-klaren.

4. Anders dan het onderdeel ervan uitgaat, leiden de appelrechters eisers dron-kenschap aan het stuur niet alleen af uit het vastgestelde alcoholgehalte bij de ademanalyse. Zij vermelden ook de feitelijke gegevens, waaronder de toestand waarin de eiser zich slapend na het ongeval in zijn voertuig bevond zonder zich iets te herinneren en de uitwendige tekenen die bij hem vastgesteld werden door de verbalisanten, welke gegevens naar het oordeel van de appelrechters erop wij-zen dat de eiser gestuurd heeft in staat van dronkenschap. Aldus vermelden zij de redenen waarom zij de eiser schuldig verklaren aan de telastlegging B.

In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

5. Voor het overige komt het onderdeel op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters dat de eiser zich schuldig gemaakt heeft aan dronken sturen of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.

Tweede middel

6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 71 Straf-wetboek en artikel 23 koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de adem-testtoestellen en de ademanalysetoestellen, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het bestreden vonnis gaat er ten onrechte aan voorbij dat de eiser niet heeft kunnen genieten van zijn recht voorafgaandelijk de ademtest een wachttijd van 15 minuten te vragen; het oordeelt eveneens onterecht dat hij niet op de hoog-te diende te worden gebracht van dit recht; de eerbiediging van een wachttijd van 15 minuten is essentieel om een geldige test te verwezenlijken; zonder deze wachttijd kan niet met zekerheid de werkelijke graad van alcoholintoxicatie wor-den vastgesteld; het niet eerbiedigen van de wachttijd miskent eisers recht van verdediging; aldus werd de eiser onterecht veroordeeld voor de telastlegging.

7. Artikel 23 koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoe-stellen en de ademanalysetoestellen bepaalt:

"De personen die een ademtest moeten ondergaan mogen een wachttijd vragen van 15 minuten.

Indien de ademanalyse opgelegd wordt zonder voorafgaande ademtest, mogen de personen die een ademanalyse moeten ondergaan een wachttijd vragen van 15 minuten."

Deze bepaling bevat geen nietigheidssanctie en heeft niet als doel de betrouw-baarheid van het bewijs te waarborgen. Geen enkele wetsbepaling verplicht de po-litie de verdachte die zij aan een ademtest of ademanalyse wil onderwerpen, op de hoogte te brengen van zijn recht een wachttijd te vragen van 15 minuten.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Derde middel

8. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 65 Strafwetboek: het bestreden vonnis oordeelt dat er geen eendaadse samenloop is met feiten van 10 oktober 2010 waarvoor de eiser eerder werd veroordeeld; het beantwoordt eisers desbetreffende verweer niet; in elk geval is de motivering van het bestreden vonnis niet afdoende.

9. Het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser meer dan drie maanden na de fei-ten van 15 oktober 2010 opnieuw de beslissing genomen heeft te rijden in staat van alcoholintoxicatie en dronkenschap en dat hij reeds herhaaldelijk werd ver-oordeeld zodat hij bij uitstek wist dat hij nieuwe inbreuken pleegde. Met die rede-nen verwerpt het bestreden vonnis eisers verweer dat er eendaadse samenloop is tussen de bewezen verklaarde feiten en deze gepleegd op 10 oktober 2010. Aldus beantwoordt het bestreden vonnis het bedoelde verweer en is de beslissing regel-matig met redenen omkleed en naar recht verantwoord.

Het middel kan niet aangenomen worden.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 67,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechts-zitting van 11 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bij-stand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

P. Hoet A. Bloch P. Maffei

Vrije woorden

  • Wachttijd bij ademtest of ademanalyse

  • Doel