- Arrest van 13 juni 2013

13/06/2013 - C.12.0458.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een rechtspersoon van privaatrechtelijke aard, ook al is hij opgericht door een administratieve overheid en onderworpen aan de controle van de overheid, verkrijgt de hoedanigheid van een administratieve overheid enkel in de mate dat hij beslissingen kan nemen die derden kunnen binden; het feit dat hem een taak van algemeen belang is toevertrouwd doet in dat opzicht niet ter zake (1). (1) Verenigde Kamers, 30 mei 2011, AR C.10.0508.N, AC 2011, nr. 363 met concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0458.F

BRUSSELS SOUTH CHARLEROI AIRPORT nv,

Me Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. AVIAPARTNER HOLDING nv,

2. TPF UTILITIES nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van de Raad van State, afdeling be-stuursrechtspraak, van 6 juli 2012.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert een middel aan dat als volgt is gesteld:

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 7, 14, 17 en 18 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

- de artikelen 47, 48, 53, 59 tot 61, 65/14; 65/15 en 65/24 van de wet van 24 de-cember 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten;

- artikel 2, §2, van het Wetboek van Vennootschappen;

- de artikelen 144, 145 en 160 van de Grondwet;

- artikel 609, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek;

- de artikelen 1, 2 en 5bis van het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprich-ting en uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden;

- de artikelen 1, 1bis en 2 tot 6 van het Besluit van de Waalse regering houdende uitvoering van voormeld artikel 5bis;

- de artikelen 1, 2, 3, 6 en 7 van de Richtlijn 2009/12/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake luchthavengelden.

Bestreden beslissing

Het bestreden arrest doet uitspraak over het verzoekschrift van de verweersters tot schorsing met hoogdringende noodzakelijkheid van de beslissing van de eiseres van 4 juni 2012 die hen de gunning van de betwiste overheidsopdracht weigert, en beslist, nadat het de argumenten van de eiseres afgeleid uit de arresten van het Hof van 14 februari 1997 (AC., nr. 88) en 10 september 1999 (AC., nr. 452) afwijst, dat "de hoedanigheid van administratieve overheid van de [eiseres] bijgevolg, prima facie, voldoende is aangetoond" en wijst bijgevolg de exceptie van onbevoegdheid af die de eiseres in haar observatienota had opgeworpen.

Het steunt zijn beslissing op de overwegingen dat: "uit de statuten van [de eiseres] blijkt duidelijk dat zij concessiehouder is in de zin van artikel 1, 2°, van het decreet van 23 juni 1994 [betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden]"; dat "uit dezelfde statuten tevens blijkt dat het Waalse Gewest onrechtstreeks maar zeker die vennootschap bestuurt"; dat uit die statuten blijkt dat de eiseres "nauw verbonden is met het Waalse Gewest dat, rechtstreeks of via een tussenvennootschap die het Gewest heeft opgericht en controleert, de meerderheid van haar representatieve aandelen bezit en de meerderheid van haar beheerders aanstelt"; dat de eiseres, die een privaatrechtelijke naamloze vennootschap is, "bijgevolg, prima facie, alle kenmerken vertoont van een administratieve overheid in de organieke betekenis ervan"; dat "aan de hand van de stukken van het administratief dossier evenwel niet kan worden nagegaan of zij op initiatief van de overheid is opgericht" en dat de eiseres "niet aantoont dat de gewestelijke openbare overheid niet bij haar oprichting was betrokken".

Het voegt daaraan toe dat "ook al wordt [ de eiseres] als een privé-entiteit beschouwd, toch moet worden vastgesteld dat zij onder controle staat van het Waalse Gewest, dat zij noch onder de wetgevende noch onder de rechterlijke macht valt, dat zij een openbare dienst uitoefent en dat zij bindende beslissingen ten aanzien van derden kan nemen" dat "wat dat laatste punt betreft, inderdaad blijkt dat zij eenzijdig het bedrag van de luchthavengelden kan bepalen en innen op grond van artikel 5bis van het decreet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden en van de artikelen 2 en 3 van het Besluit van de Waalse Regering van 8 september 2011 houdende uitvoering van artikel 5bis van voornoemd decreet van 23 juni 1994".

Grieven

1. Geschillen over burgerlijke rechten behoren bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de rechtbanken (artikel 144 van de Grondwet). Hetzelfde geldt voor geschillen over politieke rechten, behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen (artikel 145 van de Grondwet).

2. De Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak doet uitspraak bij wijze van arresten in de gevallen voorzien bij de wet (de artikelen 160 van de Grondwet en 7 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973). Hij doet aldus uitspraak bij wijze van arresten over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden (artikel 14, §1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit artikel 17, §1, eerste lid van de gecoördineerde wetten op de Raad van State volgt overigens dat "wanneer een akte of een reglement van een administratieve overheid vatbaar is voor vernietiging krachtens artikel 14, § 1 en 3, de Raad van State als enige de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan kan bevelen".

Artikel 65/24 van de wet van 24 december 1963 betreffende de overheidsop-drachten past die regels op bijzondere wijze toe en bepaalt dat voor de verhaalprocedures bedoeld in de artikelen 65/14 en 65/15 - respectievelijk tot nietigverklaring of schorsing van de beslissingen van de aanbestedende instanties - de verhaalinstantie de Raad van State is, wanneer de aanbestedende instantie een administratieve overheid is als bedoeld in artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State (artikel 65/24; eerste lid, 1°, van de wet), terwijl het de hoven en rechtbanken zijn die bevoegd zijn om kennis te nemen van die verhalen wanneer de aanbestedende instantie geen dergelijke hoedanigheid heeft (art. 65/24, eerste lid, 2°, van de wet).

3. Het staat aan de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, waarbij een vordering tot schorsing in uiterst dringende noodzakelijkheid aanhangig is gemaakt, om te beoordelen, desnoods prima facie, of het rechtscollege bevoegd is om daarvan kennis te nemen (artt. 7, 17, inzonderheid §1, eerste lid, en 18 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en 144, 145 en 160 van de Grondwet).

De Raad mag daarbij niet steunen op rechtsregels die zijn beslissing niet redelijkerwijze kunnen gronden.

(...)

Tweede onderdeel

8. De instellingen die opgericht of erkend zijn door de federale overheid, door de gemeenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, die belast zijn met een openbare dienst en die niet tot de rechterlijke of wetgevende macht behoren, zijn weliswaar in beginsel administratieve overheden waarvan de handelingen bij de Raad van State kunnen worden betwist, in zoverre hun werking bepaald en gecontroleerd wordt door de overheid en zij beslissingen kunnen nemen die bindend zijn voor derden, maar zulks geldt niet voor privaatrechtelijke rechtspersonen, zoals naamloze vennootschappen (artikel 2, §2, van het Wetboek van Vennootschappen) - zelfs niet als die opgericht of erkend zijn door de federale overheid of de overheden van gemeenschappen, gewesten, provincies of gemeenten.

Zij vormen immers maar administratieve overheden als hun werking bepaald en gecontroleerd wordt door de overheid en enkel in zoverre zij beslissingen kunnen nemen die bindend zijn voor derden, inzonderheid door eenzijdig hun eigen verplichtingen ten aanzien van derden vast te leggen of de verplichtingen van die derden eenzijdig vast te leggen. De handelingen van die instellingen kunnen dus enkel vernietigd worden wanneer die privaatrechtelijke entiteiten een gedeelte van het openbaar gezag uitoefenen (artikelen 14, §1, en 17, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en 160 van de Grondwet).

9. Aldus wanneer de voor de Raad van State bestreden handeling uitgaat van een privaatrechtelijke entiteit, zoals hier, een naamloze vennootschap die concessiehouder is van een luchthaven die ressorteert onder het Waalse Gewest en die, na een overlegde procedure, luchthavengelden kan innen (artikelen 1, 2 en 5bis van het decreet van 23 juni 1994 en 1, 1bis, en 2 tot 6 van het voormelde besluit van de Waalse Regering van 8 september 2011), dient zij tot het imperium van haar steller te vallen opdat de Raad van State over de vernietiging of de schorsing ervan zou kunnen oordelen. De Raad van State heeft immers geen rechterlijke bevoegdheid om te oordelen over de vernietiging of schorsing van lou-ter burgerrechtelijke handelingen aangezien zulks tot de bevoegdheid van de gewone rechtbanken behoort (Artikelen 144, 145 en 160 van de Grondwet en 7,14 en 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State).

De omstandigheid dat een privaatrechtelijke entiteit - ook al is zij concessiehouder van een luchthaven van het Waalse Gewest - een aanbestedende macht is, overheidsopdrachten uitschrijft en beslissingen neemt met toepassing van de reglementering inzake overheidsopdrachten volstaat niet om haar het karakter van een administratieve overheid te verlenen wat haar handelingen betreft, aangezien de beslissingen die zij in dat verband neemt niet bindend zijn voor derden ( artikelen 47, 48, 53 en 59 tot 61 van de wet van 24 december 1063 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten).

10. Uit het voorgaande volgt dat, aangezien de eiseres een naamloze vennootschap is en bijgevolg een privaatrechtelijke rechtspersoon, het arrest niet wettig kon beslissen dat de Raad van State rechtsmacht had om kennis te nemen van de vordering tot schorsing van de beslissing van 4 juni 2012 van de eiseres die weigert de litigieuze overheidsopdracht aan de verweersters te gunnen, aangezien een dergelijke beslissing geen beslissing is die verbindend is voor derden en door de eiseres niet is genomen in haar hoedanigheid van administratieve overheid.

Het arrest dat de exceptie van onbevoegdheid, die de eiseres opwerpt, na een beoordeling prima facie afwijst, schendt bijgevolg alle in de aanhef van het middel aangewezen bepalingen en inzonderheid de artikelen 144, 145 en 160 van de Grondwet, de artikelen 7, 14 en 17 van de wetten op de Raad van State en artikel 65/24 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten. Aldus steunt het inderdaad op beginselen die zijn beslissing niet redelijkerwijze kunnen gronden (schending van alle in het middel aangewezen bepalingen en inzonderheid van de artikelen 7, 17, inzonderheid §1, eerste lid en 18 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Tweede onderdeel

Luidens artikel 17, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State is, wanneer een akte of een reglement van een administratieve overheid vat-baar is voor vernietiging krachtens artikel 14, § 1 en 3, de Raad van State de enige die de schorsing van de tenuitvoerlegging ervan kan bevelen.

Artikel 14, § 1, eerste lid, van dezelfde wetten bepaalt dat de afdeling bestuurs-rechtspraak van de Raad van State uitspraak doet bij wijze van arresten over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administra-tieve overheden.

Een rechtspersoon van privaatrechtelijke aard, ook al is hij opgericht of erkend door een administratieve overheid en onderworpen aan de controle van de over-heid, verkrijgt de hoedanigheid van een administratieve overheid enkel in de mate dat hij beslissingen kan nemen die derden kunnen binden. Het feit dat hem een taak van algemeen belang is toevertrouwd doet niet ter zake .

Daaruit volgt dat een handeling van die rechtspersoon slechts vatbaar is voor een beroep tot nietigverklaring, en bijgevolg, voor een beroep tot schorsing van de uitvoering ervan voor de Raad van State, voor zover zij onder de macht valt waarmee ze is bekleed.

Het arrest stelt vast dat de verweersters een beroep hebben ingesteld tot schorsing van de beslissing van de eiseres "om hun kandidatuur af te wijzen in de fase van kwalitatieve selectie voor een openbare aanbesteding van diensten, genaamd ‘ex-ploitatie, de installatie en het onderhoud van het systeem voor bagagesortering en de speciale technieken voor het gebouw van de luchthaven Brussels South Charle-roi Airport'".

Het arrest dat niet uitsluit dat de eiseres, een naamloze vennootschap "moet be-schouwd worden als een privé-entiteit", oordeelt "dat zij onder controle staat van het Waalse Gewest, dat zij noch onder de wetgevende noch onder de rechterlijke macht valt, dat zij een openbare dienst uitoefent en dat zij bindende beslissingen ten aanzien van derden kan nemen".

Dienaangaande baseert het zijn beslissing hierop "dat zij eenzijdig het bedrag van de luchthavengelden kan bepalen en innen op grond van artikel 5bis van het de-creet van 23 juni 1994 betreffende de oprichting en de uitbating van de onder het Waalse Gewest ressorterende luchthavens en vliegvelden en van de artikelen 2 en 3 van het Besluit van de Waalse Regering van 8 september 2011 houdende uitvoe-ring van artikel 5bis van voornoemd decreet van 23 juni 1994".

Het arrest dat op die gronden de exceptie van onbevoegdheid afwijst die de eise-res heeft opgeworpen, terwijl de bestreden handeling , volgens de vermeldingen ervan, niet valt onder de haar toegekende bevoegdheid om ten aanzien van derden bindende beslissingen te nemen, schendt de artikelen 14, § 1, eerste lid, en 17, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof, in verenigde kamers,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat dit arrest overgeschreven wordt in de registers van de Raad van State en op de kant van het vernietigd arrest wordt vermeld.

Veroordeelt de verweersters in de kosten.

Verwijst de zaak naar de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, anders sa-mengesteld, die zal beslissen overeenkomstig de beslissing van het Hof over dat rechtspunt.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, te Brussel, door eerste voorzitter Etienne Goethals, voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Martine Regout, Geert Jocqué, Mireille Delange et Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 13 juni 2013 uitgesproken door eerste voorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advo-caat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier-hoofd van dienst Karin Merckx.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en overge-schreven met assistentie van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen.

De hoofdgriffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Afdeling bestuursrechtspraak

  • Bevoegdheid

  • Beroep tot nietigverklaring

  • Privaatrechtelijke rechtspersoon

  • Administratieve overheid