- Arrest van 19 juni 2013

19/06/2013 - P.12.1282.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Alleen de gedaagde in hoger beroep kan incidenteel beroep instellen; een partij is slechts gedaagde in hoger beroep wanneer een principaal of incidenteel beroep tegen haar is ingesteld, wat inhoudt dat een partij in hoger beroep voor de appelrechters een vordering heeft ingesteld die haar belangen kan schaden en die geen vordering tot bindendverklaring van het arrest is (1). (1) Zie Cass. 19 feb. 2002, AR P.00.1173.N, AC 2002, nr. 116; Cass. 19 sep. 2003, AR C.02.0490.F, AC 2003, nr. 442, met concl. adv.-gen. Henkes.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1282.F

GROND- en AFBRAAKWERKEN G & A DE MEUTER nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN,

2. C. ç.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 13 juni 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvor-dering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die, op de straf-vordering van de verweerster tegen de eiseres, uitspraak doet over

1. het beginsel van de aansprakelijkheid

Middel

Eerste onderdeel

Krachtens de artikelen 203, § 4, Wetboek van Strafvordering en 1054 Gerechtelijk Wetboek kan alleen de gedaagde in hoger beroep incidenteel beroep instellen.

Een partij is slechts gedaagde in hoger beroep in de zin van die bepalingen, wan-neer een principaal of incidenteel beroep tegen haar is ingesteld, wat inhoudt dat een partij in hoger beroep voor de appelrechter een vordering heeft ingesteld, maar geen vordering tot bindendverklaring van het arrest, die haar belangen kan schaden.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het openbaar ministerie en de burgerlijke partij C. Ç, eisers in hoger beroep, voor de appelrechter een vordering hebben ingesteld die de belangen van de verweerster, de Lands-bond der Christelijke Mutualiteiten, kan schaden.

De eiseres, beklaagde, heeft geen hoger beroep ingesteld tegen het vonnis waarbij zij wordt vrijgesproken en waarbij de burgerlijke rechtsvorderingen niet-ontvankelijk zijn verklaard.

De verweerster had dus niet de hoedanigheid van gedaagde in hoger beroep.

De appelrechters die haar incidenteel beroep ontvankelijk verklaren op grond dat de mutualiteit geen burgerlijke rechtsvordering instelt die onderscheiden is van de vordering van haar verzekerde in wiens rechten zij om reden van de door haar uit-betaalde bedragen is gesubrogeerd, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

2. Omvang van de schade

De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing over het beginsel van de aansprakelijkheid, leidt tot de vernietiging van de niet-definitieve beslissing over de omvang van de schade van de verweerster, die het gevolg is van de eerste be-slissing.

C. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die, op de straf-vordering van de verweerder tegen de eiseres, uitspraak doet over

1. het beginsel van de aansprakelijkheid

De eiseres voert geen middel aan.

2. de omvang van de schade

Het arrest kent de verweerder een provisionele vergoeding toe, beveelt een des-kundigenonderzoek en houdt de uitspraak over de overige punten van de vorde-ring aan.

Dergelijke beslissing is geen eindbeslissing in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en houdt geen verband met de gevallen die in het tweede lid van dat artikel zijn bedoeld.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de Landsbond der Christelijke Mutualiteiten tegen de eiseres.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseres tot twee derde van de kosten van haar cassatieberoep en de verweerster tot het overige derde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 19 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Voorwaarde

  • Gedaagde in hoger beroep