- Arrest van 21 juni 2013

21/06/2013 - F120116N-F090065N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer het Hof, bij de behandeling van een voorziening tegen de beslissing van een gerecht waarnaar de zaak was verwezen, vaststelt dat het, met de vóór die beslissing uitgesproken algehele vernietiging, zijn volledige rechtsmacht niet had uitgeput omdat het geen uitspraak heeft gedaan over een middel dat tot een ruimere cassatie had kunnen leiden, maakt het Hof in het arrest uitdrukkelijk gewag van dat middel waarvan het nog kennis moet nemen en vernietigt het die beslissing in de mate dat de verwijzingsrechter, met miskenning van artikel 1110 van het Gerechtelijk Wetboek, uitspraak heeft gedaan over de in dat middel gestelde problematiek waartoe de eerder door het Hof uitgesproken vernietiging, spijts haar ruime formulering, zich niet kon uitstrekken, nu die vernietiging noodzakelijk was beperkt tot de draagwijdte van de middelen die daaraan ten grondslag lagen (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0116.N

AULA bvba, met zetel te 9000 Gent, Voldersstraat 24,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Gent, Gaston Crommenlaan 6, bus 604, Zuiderpoort Blok B,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

II

Nr. F.09.0065.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Gent, Zuiderpoort Blok B, Gaston Crommenlaan 6, bus 604,

eiser,

tegen

AULA bvba, met zetel te 9000 Gent, Voldersstraat 24,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep in de zaak F.12.0116.N is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 januari 2012, op verwijzing na arrest van het Hof van 10 september 2010.

Het cassatieberoep in de zaak F.09.0065.N is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 december 2008.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 4 februari 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift in de zaak F.12.0116.N dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiseres voert in haar verzoekschrift in de zaak F.09.0065.N dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Voeging

1. De beide cassatieberoepen hebben betrekking op hetzelfde geschil. Zij die-nen te worden gevoegd.

B. Zaak F.12.0116.N

2. Bij het arrest van 10 september 2010 heeft het Hof het arrest van 9 decem-ber 2008 van het hof van beroep te Gent vernietigd op het eerste door de verweer-der aangevoerde middel gesteund op een schending van artikel 26, eerste lid, WIB92, respectievelijk artikel 24, eerste lid, WIB64, en artikel 49 WIB92, respec-tievelijk artikel 44 WIB64 met betrekking tot de uitgaven van de eiseres ten voor-dele van de AIM nv.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat bij het arrest van 10 september 2010 geen uitspraak werd gedaan over het derde door de ver-weerster aangevoerde middel gesteund op artikel 53, 10°, WIB92 met betrekking tot de uitgaven van de eisers voor de aankoop van een voertuig voor de aanslagen 1992 tot en met 1995.

4. Hieruit volgt dat het geschil met betrekking tot het derde middel nog han-gende is voor het Hof.

5. De appelrechters die uitspraak doen over de voormelde uitgaven voor de aankoop van een voertuig, schenden bijgevolg artikel 1110 Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is in zoverre gegrond.

C. Zaak F.09.0065.N

Derde middel

6. Artikel 49, eerste lid, WIB92 bepaalt dat als beroepskosten aftrekbaar zijn de kosten die de belastingplichtige in het belastbaar tijdperk heeft gedaan of ge-dragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijs-middelen, met uitzondering van de eed.

7. Op grond van artikel 53, 10°, WIB92 worden, in afwijking van die algeme-ne regel, niet als beroepskosten aangemerkt alle kosten in zoverre deze op onrede-lijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen.

De bewijslast rust daarbij op de belastingadministratie.

Indien de fiscale rechter de bewijzen die de belastingadministratie aanvoert om te staven dat de beroepskosten de beroepsbehoeften op onredelijke wijze overtreffen niet toereikend acht, wijst hij de toepassing van de aftrekbeperking van voormeld artikel 53, 10°, af.

8. De appelrechters stellen vast dat de eiser het bedrijfsmatig karakter van de litigieuze autokosten heeft erkend. Zij oordelen verder dat de aankoop van het voertuig door de verweerster haar bedrijfsnoden niet op een onredelijke wijze te boven gingen gelet op de groei van de omzet en het aantal werknemers van het bedrijf en het feit dat het voeren van een zekere standing door de belastingplichti-ge niet onredelijk is.

9. De appelrechters verwerpen hiermee de bewijsvoering van de administratie en voegen geen voorwaarde toe aan voormeld artikel 53, 10°.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Voegt de zaken F.12.0116.N en F.09.0065.N.

Vernietigt in de zaak F.12.0116.N het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de aftrekbaarheid van de autokosten voor de aanslagjaren 1992 tot en met 1995.

Verwerpt in de zaak F.09.0065.N het cassatieberoep in zoverre het bestreden ar-rest oordeelt over de aftrekbaarheid van de autokosten voor de aanslagjaren 1992 tot en met 1995.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 17 januari 2012.

Zegt dat er geen reden is tot verwijzing.

Veroordeelt de Belgische Staat in de kosten.

Bepaalt de kosten in de zaak F.12.0116.N voor de eiseres op 338,75 euro en voor de verweerder op 188,49 euro.

Bepaalt de kosten in de zaak F.09.00065.N op nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 21 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué K. Mestdagh E. Stassijns

Vrije woorden

  • Volledige vernietiging

  • Middel waarover geen uitspraak werd gedaan

  • Verwijzingsrechter

  • Rechtsmacht

  • Overschrijding

  • Taak van het Hof