- Arrest van 24 juni 2013

24/06/2013 - S.11.0116.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het middel dat stelt dat de werknemer, die nalaat de verbreking van de arbeidsovereenkomst wegens eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden aan te voeren, het recht verliest om later de uitvoering van de overeenkomst zoals die gesloten was te vorderen, faalt naar recht (1). (1) Zie verklarende noot van O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0116.F

TE.DE.ROUTE nv,

Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

Y. D.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Brussel van 21 juni 2010.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift, waarvan een eensluidend afschrift aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

(...)

Derde onderdeel

Volgens artikel 1134 Burgerlijk Wetboek, strekken alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, degenen die deze hebben aangegaan, tot wet en kunnen zij niet herroepen worden dan met hun wederzijdse toestemming of op de gronden door de wet erkend.

Luidens artikel 1184 Burgerlijk Wetboek, is in wederkerige contracten de ontbin-dende voorwaarde altijd stilzwijgend begrepen, voor het geval dat een van beide partijen haar verbintenis niet nakomt. In dit geval is het contract niet van rechts-wege ontbonden. De partij jegens wie de verbintenis niet is uitgevoerd, heeft de keus om ofwel de andere partij te noodzaken de overeenkomst uit te voeren, wan-neer de uitvoering mogelijk is, ofwel de ontbinding van de overeenkomst te vor-deren, met schadevergoeding. De ontbinding moet in rechte gevorderd worden, en aan de verweerder kan, naar gelang van de omstandigheden, uitstel worden verleend.

Het onderdeel dat stelt dat de werknemer die nalaat de verbreking van de arbeids-overeenkomst wegens eenzijdige wijziging van de arbeidsvoorwaarden aan te voeren, het recht verliest om later de uitvoering te vorderen van de overeenkomst zoals die gesloten was, faalt naar recht.

Voor het overige volgt uit het algemeen rechtsbeginsel dat afstand van een recht niet wordt vermoed en enkel kan worden afgeleid uit feiten of handelingen die voor geen andere uitlegging vatbaar zijn, omgekeerd niet dat "de afstand van een recht moet worden afgeleid uit feiten of handelingen die voor geen andere uitleg-ging vatbaar zijn"

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 24 juni 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verbreking van de overeenkomst

  • Niet aangevoerd

  • Gevolg

  • Afstand

  • Uitvoering van de oorspronkelijke overeenkomst