- Arrest van 27 juni 2013

27/06/2013 - C.13.0053.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De termijn om hoger beroep in te stellen, die in tuchtzaken is beperkt tot vijftien dagen, is voorgeschreven op straffe van verval, dat door de rechter ambtshalve moet worden uitgesproken (1). (1) Zie Cass. 26 okt. 1978, AC 1978-79, p. 227; Cass. 12 dec. 1996, AR C.96.0008.F, AC 1996, nr. 502; Cass., 1 feb. 2001, AR C.00.0587.F, AC 2001, nr. 64, met concl. adv.-gen. De Riemaecker in Pas., 2001, nr. 64.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0053.F

E. H.,

Mr. Simone Nudelholc, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 1 oktober 2012.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert twee middelen aan, waarvan het eerste gesteld is als volgt:

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 50, eerste lid, 532, inzonderheid derde lid, 860, tweede lid, 862, inzonderheid § 1, 1°, en 2, en 1052, inzonderheid tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek;

- artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 261 van 24 maart 1936 betreffende de ter-mijnen van voorziening in tuchtzaken.

Aangevochten beslissingen

Het arrest stelt vast dat "[de eiser] tot gerechtsdeurwaarder [is] benoemd [...] bij koninklijk besluit van 24 juni 1982; dat de procureur des Konings [de eiser] [...] op 5 april 2006 dagvaardt teneinde zijn schorsing te horen uitspreken voor een jaar of, op zijn minst, zolang er geen rechterlijke eindbeslissing is verkregen in de verschillende dossiers die hem betreffen, en dit overeenkomstig artikel 532 van het Gerechtelijk Wetboek; dat de rechtbank van eerste aanleg de voorlopige schorsing [van de eiser] in een vonnis van 18 januari 2007 niet-gegrond verklaart, onder voorbehoud van een eventuele definitieve tuchtsanctie; dat [de eiser], bij vonnis van de correctionele rechtbank [...] van 22 juli 2010, dat in kracht van gewijsde is gegaan, [is] veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, met uitstel van vijf jaar voor de gehele straf, wegens de volgende telastleggingen [...]; dat de procureur des Koning, bij dagvaarding van 27 december 2010, op grond van artikel 532 van het Gerechtelijk Wetboek vordert dat de rechtbank [de eiser] een tuchtstraf als naar recht oplegt; dat de rechtbank van eerste aanleg de vervolgingen in een vonnis van 20 oktober 2011 niet-ontvankelijk verklaart op grond van het beginsel ‘non bis in idem'; dat de procureur des Konings tegen die beslissing op 18 november 2011 hoger beroep instelt [...] ; dat het hoofdberoep ertoe strekt de tuchtvordering ontvankelijk te doen verklaren; de ontzetting van [de eiser] uit zijn ambt van gerechtsdeurwaarder [...] of, subsidiair, een tuchtstraf als naar recht te doen uitspreken; over de kosten als naar recht uitspraak te doen; dat [de eiser] de bevestiging van het beroepen vonnis vordert, met als enige wijziging dat de Belgische Staat moet worden veroordeeld in de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoedingen van eerste aanleg en hoger beroep"; en vervolgens "het hoofdberoep en het incidenteel beroep ontvankelijk verklaart; alleen het hoofdberoep gedeeltelijk gegrond verklaart; het beroepen vonnis wijzigt: de schorsing [van de eiser] [...] uit zijn ambt van gerechtsdeurwaarder, waarin hij was benoemd bij koninklijk besluit van 24 juni 1982, voor een duur van zes maanden uitspreekt, en [de eiser] in de niet vastgestelde kosten van de twee aanleggen veroordeelt".

Grieven

Luidens artikel 532, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, staat tegen de vonnissen van schorsing, afzetting en veroordeling tot geldboeten die tegen de gerechtsdeurwaarders worden uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg, op verzoek van de procureur des Konings, hoger beroep open.

De termijn om tegen die vonnissen hoger beroep in te stellen, is bij artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 261 van 24 maart 1936 betreffende de termijnen van voorziening in tuchtzaken vastgesteld op vijftien dagen. Ten aanzien van het openbaar ministerie begint die termijn te lopen vanaf de uitspraak van de beroepen beslissing, overeenkomstig artikel 1052, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.

Luidens artikel 860 van het Gerechtelijk Wetboek is de termijn om hoger beroep in te stellen voorgeschreven op straffe van verval. De op straffe van verval gestelde termijnen mogen niet worden verlengd, zelfs niet met instemming van de partijen (artikel 50, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek). Aangezien die sanctie van openbare orde is, moet de rechter ambtshalve nagaan of het rechtsmiddel binnen de gestelde termijn is aangewend en de sanctie ambtshalve uitspreken, zonder dat het bewijs van een grief moet worden geleverd (artikel 862, § 1, 1°, en 2, van hetzelfde wetboek).

Uit de processtukken waarop het Hof vermag acht te slaan, en met name uit de vaststellingen van het arrest, blijkt dat de procureur des Konings op 18 november 2011 hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis dat op 20 oktober 2011 is uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg, waarbij de tegen de eiser ingestelde tuchtvervolgingen niet-ontvankelijk zijn verklaard.

Aangezien er meer dan vijftien dagen zijn verstreken tussen de datum van de uitspraak van het beroepen vonnis en de datum van het hoger beroep van de procureur des Konings, had het arrest moeten vaststellen dat laatstgenoemde geen hoger beroep meer mocht instellen en had het zijn hoger beroep van 18 november 2011 ambtshalve niet-ontvankelijk moeten verklaren. Door dat hoger beroep ontvankelijk te verklaren, schendt het arrest alle in de aanhef van het middel bedoelde wettelijke bepalingen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Krachtens artikel 1 KB nr. 261 van 24 maart 1936 betreffende de termijnen van voorziening in tuchtzaken is de termijn om hoger beroep in te stellen, zoals het thans is vastgesteld in artikel 1051, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, in tuchtzaken beperkt tot vijftien dagen.

Ten aanzien van het openbaar ministerie loopt die termijn, luidens artikel 1052, tweede lid, van dat wetboek, zodra het vonnis is uitgesproken.

Artikel 860, tweede lid, van datzelfde wetboek bepaalt dat de termijnen om een rechtsmiddel aan te wenden op straffe van verval zijn voorgeschreven.

Dat verval moet ambtshalve door de rechter worden uitgesproken.

Het arrest stelt vast dat het vonnis, dat door het openbaar ministerie was voorge-legd aan het hof van beroep, dat uitspraak deed over de tuchtvordering die de procureur des Konings tegen de eiser, gerechtsdeurwaarder, had ingesteld op grond van artikel 532 van het Gerechtelijk Wetboek, op 20 oktober 2011 is uitgesproken, en dat het verzoekschrift van hoger beroep op de griffie van het hof van beroep is ontvangen op 18 november 2011.

Het arrest, dat het voormelde hoger beroep ontvankelijk verklaart, schendt aldus de voormelde wettelijke bepalingen.

Het middel is gegrond.

Wanneer, daarenboven, in burgerlijke zaken een beslissing vernietigd wordt omdat ze het hoger beroep onwettig ontvankelijk heeft verklaard, wordt de vernietiging uitgesproken met verwijzing.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Michel Lemal, en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 27 juni 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Termijn om hoger beroep in te stellen

  • Niet-naleving

  • Sanctie