- Arrest van 28 juni 2013

28/06/2013 - C.12.0502.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 780bis, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek volgt dat een procespartij die procesrechtsmisbruik pleegt zowel kan worden veroordeeld tot een geldboete als tot schadevergoeding, wanneer dit gevorderd wordt; procesrechtsmisbruik is voorhanden wanneer een procespartij procedeert zonder redelijk of afdoende belang dan wel op een wijze die kennelijk de perken van een normale uitoefening door een voorzichtige en zorgvuldige procespartij te buiten gaat, zoals bij het aanwenden van de rechtspleging voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden, waardoor zowel het belang van de partijen als een behoorlijke en efficiënte rechtsbedeling in het gedrang komen; bij deze beoordeling moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0502.N

A.S.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

E.R.,

verweerster,

aan wie rechtsbijstand werd toegekend op 17 december 2012, P.D. nr G.12.0231.N.

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 22 juli 2011.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 15 mei 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 780bis, eerste en tweede lid, Gerechtelijk wetboek bepaalt dat de partij die de rechtspleging aanwendt voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden kan worden veroordeeld tot een geldboete van 15 euro tot 2.500 euro, onverminderd de schadevergoeding die gevorderd zou worden.

In dat geval, wordt in dezelfde beslissing daarover uitspraak gedaan voor zover schadevergoeding voor tergend en roekeloos geding wordt gevorderd en toege-kend. Indien zulks niet het geval is, worden de partijen verzocht toelichting te ge-ven overeenkomstig artikel 775 Gerechtelijk Wetboek.

2. Hieruit volgt dat een procespartij die procesrechtsmisbruik pleegt zowel kan worden veroordeeld tot een geldboete als tot schadevergoeding, wanneer dit ge-vorderd wordt.

Procesrechtsmisbruik is voorhanden wanneer een procespartij procedeert zonder redelijk of afdoende belang dan wel op een wijze die kennelijk de perken van een normale uitoefening door een voorzichtige en zorgvuldige procespartij te buiten gaat, zoals bij het aanwenden van de rechtspleging voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden, waardoor zowel het belang van de partijen als een be-hoorlijke en efficiënte rechtsbedeling in het gedrang komen. Bij deze beoordeling moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak.

3. De appelrechter die aan de hand van een reeks elementen en uittreksels uit voorgaande uitspraken in de opeenvolgende procedures in het kader van de echt-scheiding afleidt dat de eiser zelf de rechtspleging aanwendt voor kennelijk ver-tragende of onrechtmatige doeleinden, weegt de in het geding zijnde belangen te-gen elkaar af en verantwoordt naar recht zijn beslissing dat de verweerster door aldus hoger beroep in te stellen, niet kennelijk de perken is te buiten gegaan van een normale uitoefening door een voorzichtig en zorgvuldig procespartij.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 636,44 euro en voor de verweerster op 155,10 euro in debet.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Stassijns, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh en Bart Wylle-man, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2013 uitgesproken door afdelings-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingel-gem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman K. Mestdagh

B. Deconinck E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Procesrechtsmisbruik

  • Aanwenden van de rechtspleging voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doeleinden

  • Beoordeling door de rechter