- Arrest van 3 september 2013

03/09/2013 - P.12.1041.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De herstelvordering bedoeld in artikel 20bis, §1, eerste lid, Vlaamse Wooncode behoort tot de strafvordering in de ruime zin, maar is niettemin als bijzondere vorm van teruggave een maatregel van burgerlijke aard die bestaat van zodra ze door de bevoegde overheid is ingesteld en die blijft bestaan zolang de strafrechter er geen uitspraak heeft over gedaan; de strafrechter moet over de vordering uitspraak doen, ook als de bevoegde overheid zich niet als procespartij manifesteert en hij kan er zelfs bij afzonderlijke beslissing over oordelen nadat hij reeds over de strafvordering in strikte zin uitspraak heeft gedaan.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1041.N

WOONINSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders Van Eyckstraat 4-6,

eiser tot herstel,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

Y B,

beklaagde.

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 7 mei 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 23 Grondwet, de artikelen 1317, 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek, de artikelen 19 en 138bis Gerechtelijk Wetboek, artikel 44 Strafwetboek, de artikelen 161 en 189 Wetboek van Strafvor-dering, artikel 4, tweede en derde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvor-dering en de artikelen 2, 31°, 5, 20, § 1, eerste lid, en 20bis, § 1, eerste lid, en § 2, Vlaamse Wooncode: het arrest wijst eisers op artikel 4 Voorafgaande Titel Wet-boek van Strafvordering gesteund verzoek tot inwilliging van zijn herstelvordering ten onrechte af als niet ontvankelijk; het arrest oordeelt onwettig dat de ap-pelrechters met het arrest van 8 juni 2010 hun rechtsmacht volledig hebben uitge-put en dat eisers herstelvordering een burgerlijke rechtsvordering is; eisers vorde-ring beoogt niet het herstel van eigen schade, maar wel het ongedaan maken van de gevolgen van een misdrijf in het algemeen belang; het arrest kon niet wettig oordelen dat aangezien met het arrest van 8 juni 2010 de burgerlijke belangen niet werden aangehouden, eisers vordering niet meer bij de appelrechters kon aanhan-gig worden gemaakt; eisers herstelvordering is immers geen door artikel 4 Voor-afgaande Titel Wetboek van Strafvordering bedoelde vordering; in zoverre het ar-rest zou oordelen dat de eiser met zijn verzoek een nieuwe herstelvordering heeft ingeleid, geeft het aan dit verzoek een uitlegging die niet verenigbaar is met de in-houd en de bewoordingen ervan, aangezien het verzoek ertoe strekte uitspraak te doen over de op 21 augustus 2008 gevorderde herstelmaatregel; de rechtsmacht van de appelrechters om over de herstelvordering uitspraak te doen was met het arrest van 8 juni 2010 niet uitgeput; het arrest had immers niet beslist over de her-stelvordering.

2. Krachtens artikel 20bis, § 1, eerste lid, Vlaamse Wooncode kan de recht-bank, naast de straf, ambtshalve of op vordering van de wooninspecteur of het college van burgemeester en schepenen op wier grondgebied de woning zich be-vindt de overtreder bevelen werken uit te voeren om de woning te laten voldoen aan de vereisten van artikel 5.

De herstelvordering wordt volgens artikel 20bis, § 2, Vlaamse Wooncode bij het parket ingeleid per gewone brief door de wooninspecteur in naam van het Vlaam-se Gewest of door de aangestelde van het college van burgemeester en schepenen.

3. Die herstelvordering behoort tot de strafvordering in ruime zin, maar is niet-temin als bijzondere vorm van teruggave een maatregel van burgerlijke aard. Zij bestaat van zodra ze door de bevoegde overheid is ingesteld en blijft bestaan zo-lang de strafrechter er geen uitspraak heeft over gedaan. De strafrechter moet over de vordering uitspraak doen, zelfs als de bevoegde overheid zich niet als proces-partij manifesteert. Over de herstelvordering kan de strafrechter, nadat hij reeds over de strafvordering in strikte zin heeft geoordeeld, bij afzonderlijke beslissing oordelen.

4. Aangezien de door artikel 20bis Vlaamse Wooncode bedoelde herstelvorde-ring niet strekt tot de vergoeding van schade aan particuliere belangen, maar wel tot het ongedaan maken van de gevolgen van het misdrijf in het algemeen belang kan die herstelvordering niet overeenkomstig artikel 4, tweede en derde lid, Voor-afgaande Titel Wetboek van Strafvordering worden ingeleid.

5. De onwettigheid van een op artikel 4, tweede en derde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering gesteund verzoek om uitspraak te doen over de door artikel 20bis Vlaamse Wooncode bedoelde herstelvordering, belet evenwel niet dat die vordering desgevallend nog bij de strafrechter aanhangig is en dat die gehouden is er uitspraak over te doen.

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de herstelvordering dateert van 21 augustus 2008 en op 24 september 2009 aan het dossier werd toegevoegd;

- het arrest van 8 juni 2010 uitspraak doet over de strafvordering in strikte zin en over de burgerlijke rechtsvorderingen, maar niet over de herstelvordering;

- de eiser de appelrechters met een op artikel 4, tweede en derde lid, Vooraf-gaande Titel Wetboek van Strafvordering gegrond verzoekschrift heeft ver-zocht uitspraak te doen over de hangende herstelvordering.

7. Het arrest dat eisers verzoek onontvankelijk verklaart omdat het arrest van 8 juni 2010 de rechtsmacht van de rechters volledig zou hebben uitgeput en de bur-gerlijke belangen niet heeft aangehouden, waardoor geen enkele op de lastens de verweerder bewezen verklaarde feiten geënte burgerlijke rechtsvordering, inclusief de door artikel 20bis Vlaamse Wooncode bedoelde herstelvordering nog voor de appelrechters kan worden gebracht, is niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder tot de kosten.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 360,12 euro waarvan 150,32 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openba-re rechtszitting van 3 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Vlaamse Wooncode

  • Wooninspecteur

  • Herstelvordering

  • Begrip

  • Aard

  • Bestaan

  • Duur

  • Verplichting van de rechter