- Arrest van 4 september 2013

04/09/2013 - P.13.0960.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vrijwillige of gedwongen tussenkomst in strafzaken is ontvankelijk als ze in een bijzondere wet is bepaald (1). (1) Zie Cass. 15 sept. 2010, AR P.10.1218.F, AC 2010, nr. 525, met concl. adv.-gen. Vandermeersch in Pas.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0960.F

I. H. E. B.,

vader van het minderjarige kind I. E. B.,

II. N. E. M.,

vrijwillig tussengekomen partij,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, jeugdkamer, van 18 maart 2013.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. FEITEN

De zaak werd door het openbaar ministerie bij de jeugdrechtbank aanhangig ge-maakt met het oog op het verlengen, intrekken of wijzigen van de bij vonnis van 15 december 2011 ten aanzien van het minderjarige kind I. E. B., zoon van de ei-ser, met toepassing van de ordonnantie van 29 april 2004 inzake hulpverlening aan jongeren genomen afdwingbare pedagogische hulpmaatregelen.

Het beroepen vonnis van 21 december 2012 stelt het kind onder toezicht van de sociale dienst, verlengt zijn plaatsing in een pleeggezin met begeleiding door een gespecialiseerde dienst, regelt de persoonlijke verhoudingen tussen het kind en zijn ouders en stelt hun bijdrage vast in de kosten van de maatregelen. Het ver-klaart het verzoek tot vrijwillige tussenkomst van de eiseres, grootmoeder van het kind, en strekkende tot de opvang van het kind, niet-ontvankelijk.

Het bestreden arrest bevestigt de beslissingen van de eerste rechter en verklaart het door de eiseres bij conclusie gedane verzoek om de plaatsingsmaatregel te herzien en dat het kind haar zou worden toevertrouwd, niet ontvankelijk.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de eiser

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep van de eiseres

Ambtshalve middel : schending van artikel 11, § 2, van de ordonnantie van 29 april 2004 inzake hulpverlening aan jongeren

De vrijwillige of gedwongen tussenkomst in strafzaken is ontvankelijk, als ze in een bijzondere wet is bepaald.

Artikel 11, § 2, van de ordonnantie van 29 april 2004 bepaalt dat de afdwingbare pedagogische maatregelen bedoeld in artikel 10, § 1, te allen tijde, op verzoek van de jongere, van zijn familie of zijn naasten, of van het openbaar ministerie, kunnen worden ingetrokken of vervangen door een andere maatregel waarin dat artikel voorziet.

Het recht om te allen tijde een dergelijk verzoek in te dienen, houdt het recht in om daartoe tussen te komen voor de rechtbank die over de maatregel, de verlen-ging, opheffing of vervanging ervan, uitspraak moet doen.

Artikel 2 van de ordonnantie preciseert dat onder de familie waaraan dat recht is toegekend, de personen moeten worden begrepen met wie de jongere een ver-wantschapsband heeft.

De eiseres had bijgevolg het recht om vrijwillig tussen te komen voor de rechtbank waar de zaak van haar kleinzoon, met toepassing van artikel 8 van de ordonnantie van 29 april 2004, aanhangig is gemaakt.

Doordat het arrest haar dat recht ontzegt, schendt het de in het middel aangegeven bepalingen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over het hoger beroep van de eiseres.

Verwerpt het cassatieberoep van de eiser.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Laat de kosten van het cassatieberoep van de eiseres ten laste van de Staat en ver-oordeelt de eiser tot de kosten van zijn cassatieberoep.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel, jeugdkamer, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 4 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Vrijwillige of gedwongen tussenkomst

  • Ontvankelijkheid