- Arrest van 5 september 2013

05/09/2013 - C.13.0047.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Tegen een beslissing als bedoeld in artikel 38, §1, WCO, staat cassatieberoep open.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0047.N

1. F.,

2. P.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eisers woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van koophandel te Brussel van 30 oktober 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Volgens artikel 38, § 1, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de con-tinuïteit van de ondernemingen [hierna: Wet Continuïteit Ondernemingen] kan de rechtbank op verzoek van de schuldenaar en op verslag van de gedelegeerde rech-ter de opschorting verlengen voor de duur die de rechtbank bepaalt. Luidens de derde paragraaf is tegen de beslissingen die op grond van artikel 38 zijn gewezen, geen verzet of hoger beroep toegelaten.

2. Krachtens artikel 5, tweede lid, Wet Continuïteit Ondernemingen kunnen, behoudens andersluidende bepalingen, tegen beslissingen van de rechtbank rechtsmiddelen worden aangewend volgens de in het Gerechtelijk Wetboek voor-geschreven regels en termijnen.

3. Tegen een beslissing als bedoeld in artikel 38, § 1, staat cassatieberoep open.

Het cassatieberoep is ontvankelijk.

Middel

Eerste onderdeel

4. Uit het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging vloeit voort dat de schuldenaar die krachtens artikel 38, § 1, Wet Continuïteit Ondernemingen een verzoek heeft ingesteld tot verlenging van de termijn van opschorting, moet worden opgeroepen en gehoord, tenzij hij van dit recht afstand heeft gedaan.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eisers op 18 oktober 2012 een verzoekschrift hebben neergelegd tot verlenging van de ter-mijn van de opschorting toegestaan bij vonnis van 31 augustus 2012, maar niet dat zij werden opgeroepen voor de terechtzitting waar dit verzoek werd behandeld of werden gehoord en evenmin afstand hebben gedaan van het recht om gehoord te worden.

6. Door in die omstandigheden het verzoek tot verlenging af te wijzen, schendt het vonnis het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van koophandel te Brussel, anders samenge-steld.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Eric Stassijns en Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 5 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman B. Deconinck

A. Fettweis E. Stassijns E. Dirix

Vrije woorden

  • Continuïteit van de onderneming

  • Schuldenaar

  • Opschorting

  • Verlenging

  • Beslissing