- Arrest van 11 september 2013

11/09/2013 - P.13.1497.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het toezicht bepaald in artikel 72 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen heeft betrekking op de formele geldigheid van de maatregel, met name of deze met redenen is omkleed, in overeenstemming is met zowel de internationaalrechtelijke regels met rechtstreekse werking in het intern recht als met de wet van 15 december 1980 en ook of de door de bestuurlijke overheid aangevoerde feiten zich werkelijk hebben voorgedaan en met de werkelijkheid overeenstemmen (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1497.F

BELGISCHE STAAT, staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding,

Mrs. Elisabeth Derriks en Anaïs Detournay, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

A. D.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 19 augustus 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft op 6 september 2013 een con-clusie neergelegd op de griffie.

Op de rechtszitting van 11 september 2013 heeft raadsheer Gustave Steffens ver-slag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel voert de schending aan van onder meer de artikelen 27, 62 en 72 Vreemdelingenwet. Het arrest wordt verweten dat het de vrijheidsberovende maatregel interpreteert op grond van overwegingen die de perken van het aan de rechterlijke macht opgedragen wettigheidstoezicht te buiten gaan.

Het toezicht bepaald in artikel 72 van de wet heeft betrekking op de formele gel-digheid van de maatregel, met name of deze met redenen is omkleed, in overeen-stemming is met zowel de internationaalrechtelijke regels met rechtstreekse wer-king in het intern recht als met de wet van 15 december 1980 en ook of de door de bestuurlijke overheid aangevoerde feiten zich werkelijk hebben voorgedaan en met de werkelijkheid overeenstemmen.

Artikel 27, § 3, eerste lid, Vreemdelingenwet, dat is vervangen door artikel 7 van de wet van 19 januari 2012, bepaalt dat de vreemdeling die een bevel gekregen heeft om het grondgebied te verlaten en die er binnen de gestelde termijn geen ge-volg aan gegeven heeft, te dien einde kan worden opgesloten tenzij andere af-doende maar minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toege-past.

Het arrest stelt met name het volgende vast :

- de verweerder heeft zich tegen twee pogingen tot repatriëring verzet ;

- hij heeft zich niet tegen de derde poging verzet, vermits het vliegtuig wegens technische problemen rechtsomkeer heeft moeten maken ;

- de verweerder beweert dat hij bij die mislukte poging het slachtoffer is geweest van onevenredig geweld van zijn bewakers bij zijn terugkeer in het verblijfs-centrum ;

- de Belgische Staat wijt dat geweld aan de vreemdeling zelf ;

- de betrokkene diende na die feiten te worden geopereerd ;

- hij heeft zich burgerlijke partij gesteld ;

- een vierde poging tot repatriëring is mislukt wegens de verbale weigering van de verweerder, wat een nieuwe vordering tot opsluiting tot gevolg had, namelijk de hier bestreden administratieve beslissing.

Het arrest wijst erop dat de voormelde vordering is gemotiveerd met verwijzing naar artikel 27 van de wet. Volgens de appelrechters vermeldt de akte dat de eiser op 23 november 2012 kennis was gegeven van een verbod om het grondgebied te betreden gedurende drie jaar, dat hij geen gevolg gegeven heeft aan het bevel om het grondgebied te verlaten dat hem op 15 april 2013 ter kennis is gebracht en dat hij ondanks de eerdere opsluiting de uitvoering heeft verhinderd van de verwijde-ringsmaatregel die op 11 juli 2013 werd georganiseerd.

Het arrest oordeelt niet dat die motivering ontbreekt, op een kennelijke beoorde-lingsfout of feitelijke vergissing berust of in strijd is met de wet. Het arrest zegt evenmin dat de administratie, na de vierde poging tot repatriëring van de verweer-der, nog over maatregelen beschikte die minder dwingend waren dan een nieuwe opsluiting, om hem daadwerkelijk te verwijderen.

Om toch te kunnen beslissen dat de vrijheidsberovende maatregel onwettig is, stelt het arrest vast dat, enerzijds, die maatregel geen rekening houdt met het feit dat de verweerder zich niet tegen de derde repatriëringspoging heeft verzet en dat, anderzijds, die maatregel de bewering van de verweerder niet weerlegt volgens welke hij belang erbij heeft in België te blijven om er verder te worden verzorgd en in het kader van zijn klacht te worden gehoord.

Noch de in het middel bedoelde wetsbepalingen noch enige andere wetsbepaling stellen de wettigheid van een vordering tot opsluiting echter afhankelijk van de verplichting voor de administratieve overheid om te vermelden dat de vreemde-ling zich niet tegen een van de repatriëringspogingen heeft verzet of van de ver-plichting om zijn beweringen te weerleggen betreffende de redenen, al zijn ze ge-wettigd, die hem ertoe drijven om in het land te willen blijven waar hij illegaal is binnengekomen.

De appelrechters die beslissen dat de betwiste administratieve akte onwettig is omdat de motivering ervan geen rekening houdt met "de gegevens eigen aan de zaak", verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is dienaangaande gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldiging-stelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 11 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Erwin Francis en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Vreemdelingen

  • Maatregel tot verwijdering van het grondgebied

  • Maatregel van vrijheidsberoving

  • Beroep bij de rechterlijke macht

  • Voorwerp van het toezicht